Instellingen

31


Als dan zijn mededienaars zien

wat is geschied
worden ze zeer bedroefd;
ze komen binnen
en delen aan hun heer mee
al wat is geschied.

32


Dán

roept zijn heer hem bij zich
en zegt tot hem:
boosaardig stuk dienaar!-
héél die schuld heb ik jou kwijtgescholden
daar je mij te hulp riep;

33


moest niet ook jij

je ontfermen over je mededienaar
zoals ook ík
mij heb ontfermd over jou?

34


En vertoornd

geeft zijn heer hem over aan de folteraars
totdat hij al het verschuldigde
aan hem heeft teruggegeven.

35


Zó zal ook mijn hemelse Vader doen

aan u, als ge niet van harte
een ieder aan zijn broeder kwijtscheldt!