Terug naar zoeken
28:1


Dan geschiedt het spreken van de Ene

aan mij en zegt:

28:2


mensenzoon,

zeg tot de leidsman van Tsor:
zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene:
omdat je hart hoogmoedig is
   en jij zei ‘ik ben een god,

in het hart der zeeën bezet ik een godenzetel’,-
terwijl jij een mens bent en geen god,
al geef je je hart uit voor een godenhart;

28:3


zie, wijzer dan Daniël ben jij,

geen geheim is voor jou verborgen;

28:4


in je wijsheid en verstand

heb je voor jezelf
   voor een vermogen gezorgd;

je hebt gezorgd voor goud en zilver
   in je voorraden;

28:5


met je grote wijsheid heb je met je handel
   je vermogen vermenigvuldigd,-

maar je hart werd hoogmoedig
   door dat vermogen van jou;

••

28:6


daarom

heeft mijn Heer, de Ene, zó gezegd:
omdat jij je hart uitgeeft
   voor een godenhart,

28:7


zie, daarom

laat ik vreemdelingen over je komen,
de tiranniekste der volkeren,-
die hun zwaarden zullen trekken
   tegen je schone wijsheid,

je schone schijnsel zullen doorboren

28:8


en je laten dalen in de kuil;

in het hart der zeeën zul je
   de dood van een doorboorde sterven;

28:9


zul je, als je wat zegt,
   nog zeggen ‘ik ben een god’

in het aanschijn van wie jou ombrengt?-
in handen van wie jou doorboren
   ben je een mens en geen godheid!-

28:10


in handen van vreemdelingen
   sterf je de dood van alle voorhuiddragers!-

ja, ík heb dit gesproken,
is de tijding van mijn Heer, de Ene.
••

28:11


Dan geschiedt het spreken van de Ene
   tot mij en zegt:

28:12


mensenzoon,

hef een klaagzang aan
   over de koning van Tsor,-

en zeg tot hem:
zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene:
jij, verzegeling van volmaaktheid,
vervuld van wijsheid
   en volmaakt in schoonheid,-

28:13


in Eden, de tuin van God, ben je geweest:

met allerlei kostbaar gesteente
   om je mee te bedekken:

bloedrobijn, topaas
en diamant,
turkoois, beril en jaspis,
saffier, smaragd
en emerald;
bewerkt goud was je sieraad
   waarin je was getooid,

op de dag dat jij werd geschapen
   waren zij gereed;

28:14


als een cheroev

met een zalving die overdekt,-
had ik jou gegeven;
op de heilige berg van God ben je geweest,
te midden van stenen van vuur
   wandelde jij;

28:15


volkomen was jij op al je wegen

sinds de dag dat je werd geschapen,-
totdat er bij jou oneerlijkheid
   werd gevonden;

28:16


in de overvloed van je handel

werd jouw binnenste vol geweld
   en ging je zondigen;

ik ontwijdde je, deed je weg van Gods berg
   en liet je verdwijnen, overdekkende cheroev,

uit de stenen van vuur;

28:17


door je schoonheid werd je hart hoogmoedig,

je vergooide je wijsheid
   om je lichtende verschijning;

ik heb je ter aarde geworpen,
je voor het aanschijn
   van koningen prijsgegeven
   om op je neer te zien;

28:18


vanwege je vele ongerechtigheden,

door de valsheid van je handel,
heb je je heiligdommen ontwijd;
ik liet uit je midden een vuur voortkomen,
   en dat heeft je verteerd,

ik gaf je prijs als as op de aarde
voor de ogen van allen die jou aanzien,

28:19


allen onder de gemeenschappen
   die jou kennen

zijn verbijsterd over je;
een verschrikking ben je geworden,
jij bent weg tot in eeuwigheid!

28:20


Dan geschiedt het spreken van de Ene
   aan mij en zegt:

28:21


mensenzoon,

richt je aanschijn tegen Tsidon,-
en profeteer tegen haar;

28:22


zeg dan:

zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene:
hier heb je mij tegen jou, Tsidon,
in jouw midden wil ik verheerlijkt worden;
weten zullen ze
dat ik de Ene ben
wanneer ik aan haar gerichten voltrek
   en mij door haar zal laten heiligen;

28:23


uitzenden zal ik in haar:

pest,
   en bloed zal in haar straten zijn;

wie wordt doorboord
   zal vallen in haar midden

door een zwaard over haar van rondom;
weten zullen ze dat ík de Ene ben;

28:24


en voor het huis Israëls zal er niet meer zijn

een hinderlijke doorn
   of een pijndoende distel

vanuit allen die hen omringen
en die hen uitjouwen;
weten zullen ze
dat ík, de Heer, de Ene ben!
••

28:25


Zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene:

als ik het huis Israëls vergaderen zal
uit de gemeenschappen
   waarover zij verstrooid zijn,

zal ik mij door hen laten heiligen
   voor de ogen van de volkeren;

zetelen zullen ze op hun eigen –rode– grond
die ik aan mijn dienaar heb gegeven,
   aan Jakob;

28:26


zetelen zullen zij daarop in veiligheid,

bouwwerken bouwen, wijngaarden planten
en zetelen in veiligheid;
wanneer ik gerichten verricht
aan allen van rondom hen die hen uitjouwen
zullen zij weten
dat ik, de Ene, God over hen ben!
••

Lees hoofdstuk 27 | Lees hoofdstuk 29