Psalm 101 (100) • Misericordiam et iudicium.(v. David, een musiceerstuk.)
Ik ga zingen van vriendschap en recht, ✡ voor u, Ene, maak ik muziek!
101:2
Ik zal acht slaan op een weg die gaaf is, wanneer komt gij tot mij?- ✡ ik wil wandelen in de gaafheid van mijn hart, in het binnenst van mijn huis.
101:3
Nooit zet ik tegenover mijn ogen een woord van Belial,- het doen van afvalligen heb ik altijd gehaat, ✡ op mij heeft het geen vat.
101:4
Laat een vals hart van mij wijken, ✡ kwaad wil ik niet kennen.
101:5
Wie heimelijk lastert over zijn naaste, hem laat ik zwijgen!- hovaardige ogen en een gezwollen hart, ✡ dat kan ik niet uitstaan!
101:6
Mijn ogen zijn in dit land bij de getrouwen, dat die bij mij willen zitten,- een die wandelt op een weg die gaaf is, ✡ hij mag bij mij dienstdoen.
101:7
Nooit zal zetelen in het binnenst van mijn huis een dader van bedrog, een spreker van leugens; ✡ hij wordt niet bevestigd in het tegenover van mijn ogen.
101:8
In de ochtenden breng ik tot zwijgen alle boosdoeners in dit land,- ✡ zal ik uitsnijden uit de stad van de Ene alle bedrijvers van onheil!