| 104:1 | Psalm 104 (103) • Benedic, anima mea. Zegen, mijn ziel, de Ene,- Ene, mijn God, gij zijt zeer groot, ✡ met glans en luister hebt gij u bekleed;
|
| 104:2 | gehuld in licht als een mantel, ✡ gij die hemelen uitspreidt als een weefdoek;
|
| 104:3 | die zijn opperzalen zoldert op de wateren, die wolken maakt tot zijn wagen, ✡ die wandelt op de vleugels van een stormwind;
|
| 104:4 | die stormwinden maakt tot zijn boden, ✡ tot zijn helpers een laaiend vuur;
|
| 104:5 | hij grondvestte de aarde op haar fundamenten,- ✡ zij wankelt niet, eeuwig en altijd!-
|
| 104:6 | met de oervloed hebt ge als met een kleed hem bedekt, ✡ wateren bleven staan boven de bergen;
|
| 104:7 | zij vluchtten weg voor uw dreigen, ✡ voor de stem van uw donder vloden zij verward;
|
| 104:8 | bergen verrezen, kloven daalden neer, ✡ naar het oord dat gij voor hen had gegrondvest;
|
| 104:9 | een grens hebt gij gesteld, die steken ze niet over, ✡ ze keren niet weer om de aarde te bedekken!
|
| 104:10 | Gij zendt waterwellen uit door beddingen, ✡ tussen bergen gaan zij voort;
|
| 104:11 | zij drenken al wat leeft op de velden, ✡ wilde ezels breken zo hun dorst;
|
| 104:12 | bij hen wonen de vogels van de hemel, ✡ tussen takken geven zij hun stem.
|
| 104:13 | Die bergen drenkt vanuit zijn opperzalen,- ✡ met de vrucht van uw daden verzadigt gij de aarde;
|
| 104:14 | die gras doet spruiten voor het gedierte en groen voor het dienstwerk van de mens, ✡ om brood voort te brengen uit de aarde,
|
| 104:15 | en wijn, die het hart van een mensje verheugt, om een aanschijn te doen blinken meer dan van olie; ✡ terwijl brood het mensenhart ondersteunt.
|
| 104:16 | Verzadigd worden de bomen van de Ene, ✡ Libanons ceders die hij heeft geplant,
|
| 104:17 | waar nestelen de tsjilpers, ✡ de vroomvogel in de toppen haar huis heeft,-
|
| 104:18 | hoge bergen zijn voor de klimmers, ✡ steenrotsen als toevlucht voor de klipdassen.
|
| 104:19 | Hij maakte een maan voor tijden van samenkomst, ✡ een zon die weet hoe laat hij moet thuiskomen.
|
| 104:20 | Gij zet duisternis in en het wordt nacht, ✡ waarin rondwaart al wat leeft in het woud:
|
| 104:21 | de leeuwenwelpen brullend ten roof, ✡ om hun eten te vragen van God!-
|
| 104:22 | gaat stralen de zon: zij worden verzameld, ✡ in hun holen vlijen zij zich neer!-
|
| 104:23 | en Adam tijgt naar zijn arbeid, ✡ naar zijn dienstwerk tot aan de avond!
|
| 104:24 | Hoe vele zijn uw daden, Ene, alles hebt ge met wijsheid gedaan, ✡ vol is de aarde van uw verwerf!-
|
| 104:25 | en dan de zee: groot en wijd als uw handen,- en daarin rondkruipsel niet te tellen, ✡ levende wezens, kleine en grote bijeen;
|
| 104:26 | daar varen schepen,- ✡ en de leviatan, die gij hebt geformeerd om met hem te spelen;
|
| 104:27 | van u verwachten zij alle ✡ dat gij hun te eten geeft op z’n tijd;
|
| 104:28 | gij geeft aan hen en zij vergaren, ✡ gij opent uw hand, zij worden verzadigd van wat goed is;
|
| 104:29 | verbergt ge uw aanschijn, dan zijn zij verbijsterd,- onttrekt ge hun de adem, zij smoren, ✡ tot het stof dat ze waren keren ze weer;
|
| 104:30 | maar zendt gij uw adem, zij worden herschapen, ✡ nieuw maakt gij het aanschijn van de –rode– grond!
|
| 104:31 | Zij de glorie van de Ene voor eeuwig, ✡ moge de Ene zich in zijn daden verheugen!–
|
| 104:32 | die de aarde aankijkt en zij beeft, ✡ naar de bergen reikt en zij roken!
|
| 104:33 | In mijn leven zal ik zingen voor de Ene, ✡ musiceren voor mijn God terwijl ik nog ben;
|
| 104:34 | hem behage mijn misbaar, ✡ en ik, ik zal mij verheugen in de Ene!
|
| 104:35 | Dat zondaars van de aarde verdwijnen, ✡ en boosdoeners: dat er geen meer is!
Zegen, mijn ziel, de Ene,- ✡ alleluia!
|
| Lees hoofdstuk 103 | Lees hoofdstuk 105 |