Terug naar zoeken
109:1


Psalm 109 (108) • Deus, laudem. ( Voor de koorleider,

v. David, een musiceerstuk.)

O God van mijn loflied, ✡
wil niet blijven zwijgen,-

109:2


want de mond van een boze,

een mond vol bedrog,
heeft zich tegen mij geopend, ✡
ze hebben met mij gesproken
een taal van leugen.

109:3


Woorden van haat hebben mij omsingeld,- ✡

ze voeren tegen mij oorlog om niets.

109:4


Voor mijn liefde krijg ik hun aanklacht,- ✡

terwijl ik een en al gebed ben;

109:5


ze brengen over mij kwaad voor goed, ✡

haat
in plaats van mijn liefde!

109:6


‘Zet tegen hem een booswicht in, ✡

laat een satan met een aanklacht
staan aan zijn rechterhand;

109:7


als hij recht zoekt,
   laat hij eruit gaan als booswicht, ✡

worde zijn bidden
een zonde erbij!-

109:8


worden zijn dagen er weinige, ✡

een ander neme
zijn ambt!-

109:9


worden zijn zonen wezen, ✡

en weduwe
zijn vrouw!-

109:10


mogen zijn zonen dwalen en dolen,

moeten schooien ✡
en schuimen,-
ver van hun puinhopen weg!-

109:11


aze een geldschieter
   op al wat hem behoort, ✡

mogen vreemdelingen roven
zijn moeizame oogst!-

109:12


er zij voor hem niemand
   die vriendschap over hem uitstrekt, ✡

er zij niemand met genade
voor zijn weeskinderen!-

109:13


zij om neer te maaien zijn nakroost,- ✡

worde een generatie later
weggewist hun naam!-

109:14


worde het onrecht van zijn vaderen
   herdacht bij de Ene,- ✡

nooit weggewist
de zonde van zijn moeder!’

109:15


Mogen zij tegenover de Ene staan
   bij voortduur, ✡

worde hun gedachtenis weggemaaid
van de aarde!

109:16


Omdat

zo een er niet aan dacht
vriendschap te bewijzen, maar najoeg ✡
een man ellendig en arm
en verslagen van hart, om die te doden,

109:17


en hij vervloeking liefhad:
   die kome nu over hemzelf: ✡

hij had geen behagen in zegen:
die blijve ver van hem vandaan!-

109:18


hij drage als zijn mantel

een vervloeking die aankomt
als het water in zijn binnenste, ✡
als de olie
in zijn beenderen;

109:19


die worde hem
   als een gewaad dat hem omhult, ✡

en tot een buikband
die hem voortdurend omgordt.

109:20


Dit worde van bij de Ene
   het loon voor mijn satans,- ✡

de sprekers van kwaad
over mijn ziel!

109:21


Maar gij, Ene, mijn Heer,

doe met mij omwille van uw naam, ✡
naar het goede van uw vriendschap:
red mij uit!

109:22


Want ik ben ellendig en arm, ✡

mijn hart
ligt doorboord in mijn binnenste.

109:23


Als een glijdende schaduw verging ik, ✡

ik ben weggeschud
als een sprinkhaan;

109:24


mijn knieën knikten van het vasten, ✡

mijn vlees
is verschrompeld, geen spiertje vet!-

109:25


ik, ik ben geworden
   het mikpunt van hun smaad, ✡

zien ze mij,
dan schudden zij hun hoofd.

109:26


Help mij, Ene, mijn God, ✡

red mij, gij zijt toch mijn vriend!

109:27


Opdat zij erkennen: dit is uw hand, ✡

gij Ene, gij hebt het gedaan!

109:28


Zij mogen vervloeken, gij geeft zegen,
   zij zijn opgestaan, worden beschaamd, ✡

en uw dienaar mag zich verheugen.

109:29


Dat mijn satans worden bekleed
   met schande, ✡

zich zullen hullen in schaamte
als hun mantel!

109:30


Ik zal de Ene met mijn mond
   mateloos danken, ✡

te midden van velen hem loven!

109:31


Want hij staat een arme ter rechterhand bij, ✡

om hem te redden
van de rechters van zijn ziel.

Lees hoofdstuk 108 | Lees hoofdstuk 110