| 115:1 | Psalm 115 (113, 9-26) • Non nobis, Domine. Niet ons, Ene, niet ons, nee, uw naam geef glorie, ✡ om uw vriendschap, om uw trouw!
|
| 115:2 | Waarom mogen de volkeren zeggen: ✡ waar is toch hun God?
|
| 115:3 | Maar onze God werkt in de hemel, ✡ al wat hem behaagt heeft hij gemaakt.
|
| 115:4 | Hun beelden zijn zilver en goud, ✡ maaksel van de handen van een mens.
|
| 115:5 | Ze hebben een mond, maar spreken geen woord, ✡ hebben ogen, maar zien niet.
|
| 115:6 | Ze hebben wel oren, maar kunnen niet horen, ✡ een neus maar ademen niet.
|
| 115:7 | Hun handen, ze voelen niet, hun voeten, ze kunnen niet gaan, ✡ met hun kelen murmelen ze niet.
|
| 115:8 | Als zij, zo worden hun makers, ✡ al wie zich veilig waant bij hen!
|
| 115:9 | Israël, wees veilig bij de Ene!- ✡ hun hulp en hun schild is hij.
|
| 115:10 | Huis van Aäron, weet u veilig bij de Ene!- ✡ hun hulp en hun schild is hij.
|
| 115:11 | Al wie de Ene vreest, weet u veilig bij de Ene!- ✡ hun hulp en hun schild is hij.
|
| 115:12 | De Ene gedenkt ons, hij geeft zegen, hij zegent Israëls huis, ✡ hij zegent het huis van Aaron.
|
| 115:13 | Hij zegent al wie vrezen de Ene, ✡ de kleinen met de groten!
|
| 115:14 | De Ene zal toevoegen aan u, ✡ aan u en aan uw zonen!
|
| 115:15 | Gezegend zijt gij door de Ene, ✡ de Maker van hemel en aarde!
|
| 115:16 | De hemelen zijn de hemelen van de Ene, ✡ de aarde gaf hij de zonen van Adam.
|
| 115:17 | Niet de doden loven de Ene, ✡ niet al wie gedaald zijn in de stilte.
|
| 115:18 | Maar de Ene zegenen wij, ✡ van nu en tot in eeuwigheid! Alleluia!
|
| Lees hoofdstuk 114 | Lees hoofdstuk 116 |