Terug naar zoeken
119:1

Al wie gaaf van weg zijn: zalig!In de brontekst is dit een alfabetisch gedicht., ✡
die wandelen
volgens het onderricht van de Ene!

119:2

Al wie houden zijn overeenkomsten:
   zalig!- ✡
met heel het hart hem zoeken!

119:3

Ach nee, valsheid begaan zij niet, ✡
zij wandelen op zijn wegen.

119:4

Al uw verordeningen hebt gij geboden ✡
om ten zeerste te bewaken.

119:5

Ach, waren mijn wegen vast genoeg ✡
om uw inzettingen te bewaken.

119:6

Aan schaamte zou ik voorbij zijn ✡
als ik acht sloeg
op al uw geboden.

119:7

Aan u breng ik dank
   in oprechtheid van hart, ✡
nu ik leer
uw gerechte regels.

119:8

Al uw inzettingen zal ik bewaken; ✡
verlaat mij niet te zeer!


Beth. In quo corrigit.

119:9

Bij wat houdt wie jong is
   zijn pad schoon?- ✡
door het te bewaken
volgens uw woord!

119:10

Ben ik niet met heel mijn hart
   u gaan zoeken?- ✡
laat niet toe dat ik afdwaal
van uw geboden!

119:11

Berg ik wat gij zegt niet in mijn hart?- ✡
opdat ik
niet zondig tegen u!

119:12

Begroeten mag ik u, Ene: gezegend!- ✡
wil uw inzettingen aan mij leren!

119:13

Breeduit vertelden mijn lippen ✡
alle
rechtsregels van uw mond.

119:14

Blij ben ik
   op de weg van uw overeenkomsten, ✡
als was ik onmetelijk rijk!

119:15

Bepeinzen zal ik wat gij verordent, ✡
ik zal acht slaan
op uw paden.

119:16

Bij uw inzettingen zoek ik verkwikking, ✡
ik zal uw woord nooit vergeten!


Gimel. Retribue servo tuo.

119:17

Gun het uw dienaar dat ik mag leven, ✡
en zal waken over uw woord.

119:18

Geef zicht aan mijn ogen, dat ik acht sla ✡
op de wonderen
uit uw Wet!

119:19

Gast-en-zwerver ben ik op de aarde, ✡
verberg uw geboden
voor mij niet!

119:20

Geteisterd wordt mijn ziel
   door verlangen ✡
naar uw rechtsregels, te aller stond.

119:21

Gedreigd met uw vloek
   hebt gij verwatenen,- ✡
die afdwalen van uw geboden.

119:22

Gij, wentel van mij smaad en verachting, ✡
ik heb uw overeenkomsten toch gehouden?

119:23

Gingen vorsten ook zitten,
voerden ze over mij gesprekken, ✡
uw dienaar
bepeinst uw inzettingen.

119:24

Geluk vind ik juist in uw overeenkomsten, ✡
mijn raadslieden, dat zijn zij!


Deleth. Adhæsit pavimento.

119:25

Daar ligt mijn ziel, gekleefd aan het stof, ✡
doe mij leven,
naar uw woord!

119:26

De wegen die ik ging heb ik verteld,
   en gij hebt geantwoord, ✡
wil mij uw inzettingen leren.

119:27

De weg van uw orders, doe mij verstaan, ✡
ik wil uw wonderdaden
bepeinzen!

119:28

Droefheid doet mijn ziel vervloeien, ✡
doe mij opstaan,
naar uw woord!

119:29

De weg van leugen,
   houd die van mij verre, ✡
begenadig mij met uw Wet!

119:30

De weg van waarheid heb ik gekozen, ✡
uw rechtsregels hield ik mij voor.

119:31

Dat ik mij
   aan uw overeenkomsten vastklampte, ✡
Ene,
maak mij daarin niet beschaamd.

119:32

De weg van uw geboden zal ik rennen, ✡
ja, gij maakt ruimte voor mijn hart!


He. Legem pone mihi.

119:33

Ene, in de weg van uw inzettingen
   onderricht mij, ✡
die wil ik houden tot het einde.

119:34

En geef mij begrip,
   dat ik kan houden uw Wet, ✡
haar met heel mijn hart bewaren.

119:35

Een weg in het spoor van uw geboden,
   laat die mij begaan, ✡
want daarin heb ik behagen.

119:36

Enkel uw overeenkomsten,
   neig daarheen mijn hart, ✡
en niet naar eigen voordeel.

119:37

Eis van mijn ogen
   dat ze van het zinloze afzien, ✡
doe mij leven op uw weg.

119:38

En doe aan uw dienaar
   uw toezegging gestand,- ✡
aan allen
die u vrezen.

119:39

Eindig mijn versmading, die ik zo ducht: ✡
zo goed zijn mij uw regels.

119:40

Eerlijk, uw ordeningen
   heb ik altijd begeerd, ✡
laat in uw gerechtigheid mij leven!


Vav. Et veniat.

119:41

Feest!, Ene,
   als over mij komen uw vriendschap ✡
en uw redding,
gelijk gij toezegt.

119:42

Flink sta ik mijn smaders te woord, ✡
want ik weet mij veilig in uw woord.

119:43

Fier heb ik op uw regels gewacht: ✡
ontneem mijn mond
het woord der waarheid
niet al te zeer!

119:44

Ferm zal ik waken bij uw onderricht,
   voortdurend, ✡
voor eeuwig en altijd.

119:45

Fris sta ik op, ik wandel in ruimte, ✡
nu ik uw ordeningen
ben gaan zoeken.

119:46

Frank sta ik met uw overeenkomsten
   koningen te woord, ✡
en niet word ik beschaamd.

119:47


’n Festijn zijn mij uw geboden, ✡

mijn liefde zijn zij geworden.

119:48


’t Firmament van uw geboden
   -die mijn liefde zijn geworden-

daarheen hef mijn handpalmen ik op,- ✡
uw inzettingen blijf ik overpeinzen!


Zai. Memor esto.

119:49

Gedenk het woord tot uw dienaar, ✡
waarmee ge
bij mij verwachting hebt gewekt.

119:50

Getroost heeft dat mij in mijn ellende, ✡
ja, uw toezegging heeft mij doen herleven.

119:51

Gesard door ziedende lieden, bovenmate, ✡
ben ik niet afgeweken
van uw Wet.

119:52

Gedacht heb ik
   aan uw rechtsregels van eeuwig, o Ene, ✡
en zo werd ik getroost!

119:53

Gloed greep mij om boosdoeners aan, ✡
die loslieten
uw Wet!

119:54

Gebleven is mij
   de muziek van uw inzettingen, ✡
waar ik in mijn omzwervingen ook huisde.

119:55

Gedacht heb ik ’s nachts uw naam,
   o Ene, ✡
uw onderricht
bleef ik bewaken!

119:56

Geworden is mij dit: ✡
dat ik uw verordeningen heb onderhouden!


Heth. Portio mea.

119:57

Het is mijn deel, Ene, heb ik gezegd, ✡
uw woorden te bewaken.

119:58

Heel mijn hart
   zocht naar de zachtheid
   van uw aanschijn, ✡
wees mij genadig,
zoals gij hebt gezegd!

119:59

Het spoor van mijn wegen
   heb ik overdacht, ✡
ik keer mijn voeten
naar uw overeenkomsten.

119:60

Haast heb ik gemaakt en niet gedraald, ✡
om uw geboden
te bewaken.

119:61

Hoewel mij strikken van bozen omgaven, ✡
uw onderricht
was ik niet vergeten.

119:62

Halvernacht
sta ik op om u te danken ✡
voor
de rechtsregels van uw gerechtigheid.

119:63

Het gezelschap zoek ik
   van al wie u vrezen, ✡
van wie uw verordeningen
bewaken.

119:64

Heel de aarde, Ene,
   is vervuld van uw vriendschap, ✡
uw inzettingen: wil mij die leren!


Teth. Bonitatem fecisti.

119:65


’t Is het goede
   dat gij hebt gedaan aan uw dienaar, ✡

o Ene,
naar uw woord.

119:66

Inzicht, goedheid en kennis,
   wil mij die leren, ✡
want in uw geboden heb ik vertrouwen!

119:67

Ik dwaalde af totdat ik moest bukken, ✡
en nu
zal ik bewaken wat gij zegt.

119:70

Ik vond
verkwikking in uw Wet, ✡
al was hun hart gevoelloos als vet.

119:71


’t Is goed voor mij geweest
   dat ik moest bukken, ✡

het was om
uw inzettingen te leren.

119:72


’t Is mij goed geweest:
   het onderricht uit uw mond,- ✡

is meer dan duizenden
goud en zilver!


Ioth. Manus tuæ.

119:73

Jouw handen hebben mij gemaakt,
   hebben mij bevestigd, ✡
schenk mij inzicht,
ik zal leren jouw geboden!

119:74

Je vereerders
   zullen mij zien en zich verheugen, ✡
want op jouw woord heb ik gewacht!

119:75

Je rechtsregels, Ene, wist ik gerechtigheid, ✡
en trouw,
ook toen je mij liet bukken.

119:76

Jouw vriendschap, laat die er toch zijn
   om mij te troosten, ✡
zoals jij je dienaar hebt gezegd.

119:77

Ja, komt jouw ontferming over mij,
   dan leef ik op, ✡
want jouw onderricht
is mijn verkwikking.

119:78

Ja, dat beschaamd staan ziedende lieden
   die mij hebben gewrongen in leugens, ✡
en ik
jouw orders mag overpeinzen!

119:79

Je vereerders, dat die bij mij terugkeren, ✡
zij die kennen
jouw overeenkomsten.

119:80

Jouw inzettingen,
   laat mijn hart volmaakt daarbij zijn, ✡
opdat ik
niet zal worden beschaamd!


Caf. Defecit in salutare.

119:81

Krank werd mijn ziel,
   om uw reddende werk, ✡
op uw woord ben ik blijven wachten.

119:82

Krank werden mijn ogen
   om uw toezegging, ✡
ik moest zeggen:
‘wanneer schenkt gij mij troost?’

119:83

Kromp ik ineen als een wijnzak in de rook, ✡
uw inzettingen
heb ik nooit vergeten.

119:84

Knecht van u ben ik,
   zijn mij nog dagen beschoren?- ✡
wanneer houdt ge
over mijn vervolgers gericht?

119:85

Kuilen zijn mij gegraven
   door onbesuisden, ✡
die
naar uw onderricht niet leven.

119:86

Kom mij helpen:
   al uw geboden zijn getrouwheid,- ✡
zij hebben mij achtervolgd met leugen!

119:87

Kregen ze mij in dit land bijna kapot: ✡
ik,
ik heb uw orders niet verlaten!

119:88

Krachtens uw vriendschap: doe mij leven, ✡
ik zal bewaken
de overeenkomsten van uw mond!

Lamed. In æternum.

119:89

Langer dan lang, Ene, voor eeuwig, ✡
staat uw woord
op zijn post in de hemelen.

119:90


’n Lijn van geslacht na geslacht
   volgt uw trouw, ✡

vast als de aarde
blijft zij staande.

119:91

Leefregels van u,
   daarvoor staan zij heden, ✡
want in alles zijn zij u dienstbaar.

119:92

Lag niet in uw onderricht mijn verkwikking, ✡
dan
was ik verloren in mijn ellende.

119:93

Levenslang,
   ja eeuwig zal ik uw orders niet vergeten, ✡
want door hen
hebt gij mij doen leven.

119:94


’k Lever mij uit aan u: o, red mij!- ✡

want uw orders heb ik gezocht!

119:95

Loerden boosdoeners op mijn teloorgang, ✡
uw overeenkomsten
wil ik verstaan.

119:96

Ligt, zo zag ik,
voor elk geheel er een einde, ✡
uw gebod is wijdreikend, onbegrensd!


Mem. Quomodo dilexi.

119:97

Mij is zo lief geworden uw Wet, ✡
heel de dag
is zij mijn overpeinzing.

119:98

Meer dan mijn vijanden zijn,
   maakt uw gebod mij wijs, ✡
want voor eeuwig is het bij mij.

119:99

Meer dan al mijn leermeesters
   verwierf ik inzicht, ✡
want uw overeenkomsten
waren mij tot overpeinzing.

119:100

Meer dan grijsaards
kwam ik tot verstaan, ✡
omdat ik uw orders heb gehouden.

119:101

Mijn voeten weerde ik
   van elk pad van kwaad, ✡
om
uw woorden te bewaken.

119:102

Mijn weg is van uw regels niet geweken, ✡
want gij
hebt ze mij gewezen.

119:103

Mijn gehemelte waren
   uw toezeggingen zoeter ✡
dan honing was voor mijn mond!

119:104

Mij schonken uw orders verstand, ✡
daarom ben ik
ieder leugenpad gaan haten.


Nun. Lucerna pedibus meis.

119:105

Naar waar mijn pad voert is uw woord mij
een licht, ✡
een lamp voor mijn voeten.

119:106

Nu ik het heb gezworen
   zal ik het gestand doen: ✡
te bewaken
uw regels, zo rechtvaardig.

119:107

Nu ik ten zeerste ben gebogen, ✡
Ene,
doe mij leven, naar uw woord.

119:108

Neem toch, Ene,
   de geloften van mijn mond
   in welbehagen aan, ✡
wil mij uw regels leren.

119:109

Nooit heb ik
uw onderricht vergeten, ✡
al lag mijn ziel mij voortdurend
los in de hand.

119:110

Nooit ben ik weggedoold
van wat gij hebt verordend, ✡
al legden boosdoeners mij een strik.

119:111

Nu zijn uw overeenkomsten
   mijn erfdeel voor eeuwig, ✡
ja, zij zijn de blijdschap van mijn hart.

119:112

Neigde ik mijn hart
om uw inzettingen te doen, ✡
voor eeuwig is er loon.


Samech. Iniquos odio.

119:113

Onvaste mensen ben ik gaan haten, ✡
uw onderricht kreeg ik lief.

119:114

Op uw woord bleef ik wachten: ✡
mijn verberging, mijn schild waart gij.

119:115

O kwaadstichters, gaat van mij heen, ✡
ik wil houden
de geboden van mijn God!

119:116

Ondersteun mij, naar uw toezegging,
   en ik zal leven, ✡
beschaam mij
in mijn verwachting niet!

119:117

Onderstut mij, en ik zal gered zijn,- ✡
worden verkwikt door uw inzettingen
voortdurend.

119:118

Ontduikers van uw inzettingen veracht gij: ✡
niets dan leugen
is hun sluwheid.

119:119

Op alle bozen der aarde zult ge neerkijken
als uitschot; ✡
eens te meer
kreeg ik uw overeenkomsten lief.

119:120

Om schrik voor u sidderde mijn vlees, ✡
voor uw regels kreeg ik ontzag!


Ain. Feci iudicium.

119:121

Plichtsgetrouw deed ik
   gerechtigheid en recht,- ✡
leger mij niet
bij mijn onderdrukkers!

119:122

Posteer u voor uw dienaar ten goede, ✡
dat onbekookten mij niet onderdrukken.

119:123

Popelend zagen mijn ogen
   uit naar uw reddende werk, ✡
naar uw gerechtigheid zoals voorzegd.

119:124

Passend en recht naar uw vriendschap,
   doe zo met uw dienaar, ✡
uw inzettingen, wil mij die leren.

119:125

Pleiten wil ik:
   ik dien u, schenk gij mij inzicht, ✡
dat ik uw overeenkomsten
leer kennen.

119:126

Precies nu is het tijd, Ene, voor een daad: ✡
gebroken hebben ze
uw Wet!

119:127

Paarlen echter zijn mij uw geboden, ✡
ik heb ze liever
dan goud en het edelste metaal.

119:128

Paden van leugen,
   ik ben ze alle gaan haten, ✡
daarom houd ik al uw orders
alle voor recht!


Fe. Mirabilia.

119:129

Ronduit wonderbaar
   zijn uw overeenkomsten, ✡
daarom
is mijn ziel ze gaan houden.

119:130

Rondom uw geopende woorden
   schijnt licht, ✡
eenvoudigen schenkt dat inzicht.

119:131


’n Roofvogel gelijk,
   mijn mond opengesperd hijg ik het uit, ✡

want mijn verlangen is naar uw geboden.

119:132

Richt u tot mij, wees mij genadig, ✡
zoals het recht is
voor minnaars van uw naam.

119:133

Richt mijn schreden naar wat gij toezegt, ✡
laat alle onheil niet over mij heersen.

119:134

Red mij, koop mij vrij van ’s mensen
   verdrukking, ✡
dat ik uw orders
kan bewaken.

119:135

Raak met het licht van uw aanschijn
   uw dienaar aan, ✡
uw inzettingen,
wil mij die leren.

119:136

Rivieren water daalden neer uit mijn ogen, ✡
omdat zij
uw onderricht niet hebben bewaakt!


Sade. Iustus es.

119:137

Strikt rechtvaardig zijt gij, o Ene, ✡
rechtuit
zijn uw regels.

119:138

Streng naar gerechtigheid
   hebt gij geboden ✡
uw overeenkomsten, en trouw.

119:139


’n Schim maakte van mij mijn ijver, ✡

daar mijn benauwers uw woorden vergaten.

119:140

Smeltzuiver is wat gij toezegt, ✡
het is dat wat uw dienaar zo mint.

119:141

Schoon ik gering ben en geminacht, ✡
heb ik uw orders
niet vergeten.

119:142

Slechts uw rechtvaardiging
   is gerechtigheid voor eeuwig, ✡
getrouw is uw Wet!

119:143

Schaadden mij
   benauwing en verdrukking: ✡
mijn verkwikkingen waren
uw geboden.

119:144

Stand houdt uw gerechtigheid,
   uw overeenkomsten, voor eeuwig: ✡
doe ze mij verstaan, dat ik mag leven!


Coph. Clamavi.

119:145

Tot u riep ik met heel mijn hart:
   ‘Ene, geef mij antwoord!- ✡
uw inzettingen zal ik houden!’

119:146

Tot u heb ik geroepen: ‘red mij!- ✡
ik zal uw overeenkomsten
bewaken!’

119:147

Terwijl het nog nacht was
   schreeuwde ik om hulp, ✡
op uw woorden bleef ik wachten.

119:148

Tussen de waken wachtten mijn ogen ✡
om uw toezeggingen
te overpeinzen.

119:149

Toon uw vriendschap: hoor mijn stem!- ✡
Ene,
gij die recht doet: doe mij leven!

119:150

Te na zijn gekomen
   die jagen op schande, ✡
van uw onderricht zich verre hebben gezet.

119:151

Toch zijt gij, Ene, veel nader, ✡
en al uw geboden zijn getrouw.

119:152

Thans en vanouds weet ik
   uit uw overeenkomsten: ✡
dat gij ze voor eeuwig hebt gegrondvest.


Res. Vide humilitatem meam.

119:153

Verleen mij vrijheid, zie mijn ellende, ✡
want uw onderricht
heb ik nooit vergeten.

119:154

Voer mijn geding en verlos mij, ✡
om uw toezegging: doe mij leven!

119:155

Ver van bozen is elke redding, ✡
want uw inzettingen
zochten zij niet.

119:156

Veelvuldig, Ene, zijn uw ontfermingen; ✡
naar uw regels: doe mij leven!

119:157

Vele waren mijn vervolgers,
   mijn benauwers,- ✡
van uw overeenkomsten
ben ik nooit geweken.

119:158

Vol afschuw zag ik de verraders aan ✡
die wat gij toezegt
niet hebben bewaakt.

119:159

Verordeningen van u zijn mijn liefde,
wil dat zien! ✡
Ene,
toon uw vriendschap, doe mij leven!

119:160

Van A tot Z is uw woord betrouwbaar, ✡
voor eeuwig
is al uw rechtspraak rechtvaardig!


Sen. Principes persecuti sunt.

119:161

Wel vervolgden mij vorsten om niets, ✡
maar mijn hart duchtte slechts
uw woorden.

119:162

Wat gij toezegt, daarom ben ik vrolijk, ✡
als een vinder van
roofgoed overvloedig!

119:163

Wie liegt ben ik gaan haten,
   was mij een gruwel, ✡
uw onderricht heb ik bemind.

119:164

Wel zevenmaal daags heb ik u geloofd ✡
om
uw gerechte regels.

119:165

Wie minnen uw onderricht,
   hun vrede is overvloedig, ✡
geen struikeling ligt op hun pad!

119:166

Wachten zal ik, o Ene,
   op uw reddende werk, ✡
uw geboden zal ik doen!

119:167

Waken zal mijn ziel
   over uw overeenkomsten, ✡
ik min die bovenmate!

119:168

Waken zal ik over uw verordeningen
   en uw overeenkomsten, ✡
ja, al mijn wegen liggen voor u bloot!


Thav. Appropinquet deprecatio.

119:169

Zij nadere, mijn jammerklacht,
   tot uw aanschijn, Ene; ✡
schenk mij inzicht, naar uw woord.

119:170

Zij kome, mijn smeking,
   voor uw aanschijn; ✡
zoals gij hebt toegezegd:
ontruk mij!

119:171

Zingen zullen mijn lippen
   uw lof uitbundig, ✡
als gij mij uw inzettingen leert.

119:172

Zo zal mijn tong op uw toezegging
   antwoorden, ✡
want gerechtigheid zijn al uw geboden.

119:173

Zij uw hand daar om mij te helpen, ✡
nu ik voor uw orders heb gekozen.

119:174

Zeer diep verlang ik, o Ene,
   naar uw reddende werk, ✡
uw onderricht
is mijn verkwikking.

119:175

Zal mijn ziel leven, zij zal u loven, ✡
uw rechtsregels zullen mij helpen!

119:176

Zo ik verdwaald ben,
als een schaap verloren,
zoek dan uw dienaar, ✡
want uw geboden
zal ik niet vergeten!

119:68

In-goed zijt gij en goeddoende, ✡
uw inzettingen, wil mij die leren!

119:69

Ik
blijf met heel mijn hart
uw ordeningen houden, ✡
al besmeurden
ziedende lieden mij met leugens.

Lees hoofdstuk 118 | Lees hoofdstuk 120