De literaire vertaling,
dicht bij de grondtekstNaardense Bijbel > Psalmen
Terug naar zoeken | 12:1 | Psalm 12 (11) • Salvum me fac. (Voor de koorleider, op de achtste; een musiceerstuk v. David.)
|
| 12:2 | Breng redding, Ene, want met vroomheid is het uit, ✡ ja onder Adams zonen zijn getrouwen dun gezaaid!
|
| 12:3 | Van man tot makker praten ze over niets, hun lippen gladgeschoren, ✡ hart zus en hart zo gaat hun praat.
|
| 12:4 | De Ene snijdt uit: alle lippen gladgeschoren, ✡ de tong die nu nog grote praatjes heeft,
|
| 12:5 | van hen die zeiden: met onze tong zullen wij de held zijn, onze lippen met ons, ✡ wie is ons de baas!
|
| 12:6 | Uit het geweld over gebukten, uit het zuchten van armen zal ik nu opstaan, zegt de Ene, ✡ zet ik in vrijheid wie men uitfluit!
|
| 12:7 | Woorden van de Ene zijn woorden glaszuiver, zilver gesmolten in een smeltkroes in de aarde, ✡ gelouterd zevenmaal.
|
| 12:8 | Gij, Ene, wilt hen bewaken, ✡ zult ons hoeden voor dit geslacht voor eeuwig;
|
| 12:9 | terwijl rondom boosdoeners hun gang gaan ✡ en gemeenheid zich breed maakt bij Adams zonen.
|
| Lees hoofdstuk 11 | Lees hoofdstuk 13 |