Terug naar zoeken
137:1


Psalm 137 (136) • Super flumina. Aan Babels rivieren,

daar zaten wij neer, ja weenden, ✡
als wij dachten
aan Sion.

137:2


Aan de wilgen die daar staan ✡

hebben wij onze harpen
gehangen.

137:3


Want daar vroegen ons onze kerkeraars

de woorden van een zang,
onze folteraars vreugde: ✡
‘zingt voor ons
een zang van Sion!’

137:4


Hoe

zouden wij zingen het gezang van de Ene, ✡
op de
rode– grond van een vreemde?

137:5


Als ik jou, Jeruzalem, ooit vergeet, ✡

vergete mijn rechterhand mij!

137:6


Kleve aan mijn gehemelte mijn tong
   als ik jou niet gedenk,-

als ik Jeruzalem niet hooghoud ✡
boven
de top van mijn vreugde!

137:7


Blijf, Ene,

aan de zonen van Edom indachtig
die dag voor Jeruzalem dat ze zeiden:
‘leg bloot, leg bloot, ✡
tot op
het fundament met haar!’

137:8


Dochter van Babel,

verwoestende furie,
zalig wie zal vergelden aan jou ✡
je wandaad,
door jou begaan aan ons!

137:9


Zalig wie grijpt

en verplettert jouw zuigelingen ✡
tegen de Steenrots!

Lees hoofdstuk 136 | Lees hoofdstuk 138