Terug naar zoeken
28:1


Psalm 28 (27) • Ad te, Domine. (v. David.)


Tot u, Ene, roep ik,
o mijn Rots, houd u voor mij niet doof!-
dat uw zwijgen voor mij niet zal maken ✡
dat ik lijk op wie
neergedaald zijn in de put.

28:2


Hoor de stem van mijn smeken om genade
   nu ik tot u schreeuw om hulp, ✡

nu ik mijn handen ophef
naar het binnenst van uw heiligdom.

28:3


Ruk mij niet weg met bozen,
   met bewerkers van onheil
   die met hun naasten spreken van vrede, ✡

maar wier hart
vol is van kwaad!

28:4


Geef hun naar hun werken,
   naar het kwaad dat zij bedreven,

naar de daden van hun handen,
geef hun zo,- ✡
en breng hun het verdiende loon terug!

28:5


Want zij slaan geen acht

op het werk van de Ene,
op het doen van zijn handen, ✡
hij zal ze stukslaan
en niet meer herstellen!

28:6


Gezegend de Ene,- ✡

want hij heeft de stem gehoord
van mijn smeken om genade!

28:7


De Ene is mijn kracht en mijn schild,
   bij hem wist mijn hart zich veilig,

mij gewerd hulp, en nu juicht mijn hart!- ✡
met mijn lied zal ik hem danken!

28:8


De Ene is voor hen een kracht, ✡

voor zijn gezalfde is hij een reddende veste.

28:9


Red uw gemeente, zegen uw erfdeel, ✡

weid hen en draag hen
tot in de eeuwigheid!

Lees hoofdstuk 27 | Lees hoofdstuk 29