| 30:1 | Psalm 30 (29) • Exaltabo te, Domine. (Een musiceerstuk; een lied voor de wijding van het huis; v. David.)
|
| 30:2 | U verhoog ik, Ene, want u trok mij omhoog, ✡ u hebt mijn vijanden niet over mij verblijd!
|
| 30:3 | O Ene, mijn God, ✡ ik kreet tot u en gij hebt mij genezen!
|
| 30:4 | Ene, mijn ziel liet ge klimmen uit de hel, ✡ maakte mij levend, weg van wie gedaald zijn in de put!
|
| 30:5 | Maakt muziek voor de Ene, gij zijn vrienden, ✡ brengt dank, zijn heiligdom indachtig!
|
| 30:6 | Want een oogwenk gaat er in zijn toorn, maar een leven in zijn welbehagen,- in de avond komt de nacht met geween, ✡ tegen de ochtend is er gejuich!
|
| 30:7 | Ik heb zelfverzekerd gezegd: ✡ ik wankel in eeuwigheid niet!
|
| 30:8 | Ene, in uw welbehagen gaf u mijn berg een sterke bijstand; u verborg uw aanschijn, ✡ en ik was verbijsterd!
|
| 30:9 | Tot u, Ene, riep ik, ✡ tot mijn Heer smeekte ik om genade:
|
| 30:10 | wat baat u mijn bloed, mijn dalen in een kuil?- zal stof u danken?- ✡ zal het melding maken van uw trouw?-
|
| 30:11 | hoor, Ene, en wees mij genadig, ✡ Ene, wees voor mij een helper!
|
| 30:12 | Veranderd hebt gij mijn rouwklacht voor mij in een reidans,- scheurde mijn treurkleed open,- ✡ met vreugde hebt gij mij omgord!
|
| 30:13 | Zodat voor u zal musiceren: glorie, en niet zwijgen: ✡ Ene, mijn God, ik zal u eeuwig danken!
|
| Lees hoofdstuk 29 | Lees hoofdstuk 31 |