Terug naar zoeken
60:1


Psalm 60 (59) • Deus, repulisti nos. (Voor de koorleider, op ‘De lelie was getuige’;

een kleinood, v. David, tot lering,-

60:2


toen hij vocht met Aram-Tweestromen

en Aram-Goudglans, en Joab terugkeerde,
en Edom versloeg in het Zoutdal;
twaalfmaal een duizendtal!)

60:3


God, ge hebt ons verstoten en doorbroken, ✡

ge hebt getoornd,-
breng ons nu een ommekeer!

60:4


Gij schudde de aarde,
   hebt haar gespleten, ✡

genees haar breuken,
   want zij heeft gewankeld!

60:5


Wat ge uw manschap liet zien was hard, ✡

duizeligmakend de wijn
waarmee gij ons drenkte.

60:6


Steek nu voor wie u vrezen een vaandel,
   om naar te vluchten,- ✡

bij de verschijning
van een boog! sela

60:7


Opdat uw liefsten worden ontzet: ✡

breng met uw rechterhand redding,
   geef mij antwoord!

60:8


In zijn heiligdom heeft God gesproken:

‘ik wil juichen, ik ga Sjechem verdelen, ✡
de vlakte van Soekot meet ik uit!-

60:9


voor mij is Gilead, voor mij Manasse,

Efraïm is de veste voor mijn hoofd, ✡
mijn inzettingsstaf
is Juda;

60:10


mijn waskom is Moab,

op Edom werp ik mijn schoen, ✡
over
Pelesjet laat ik het schallen!’

60:11


Wie brengt mij in die stad zo onneembaar, ✡

wie zal mij geleiden tot in Edom!

60:12


Niet gij, God?, die ons hebt verworpen, ✡

en niet meer uittijgt, God,
met onze heirscharen!

60:13


Verleen ons hulp tegen wie ons benauwt: ✡

redding door mensen,-
ijdele hoop!

60:14


Met God doen wij daden van vermogen,- ✡

hij
zal onze benauwers vertrappen.

Lees hoofdstuk 59 | Lees hoofdstuk 61