| 63:1 | Psalm 63 (62) • Deus, Deus meus. (Een musiceerstuk, v. David; toen hij was in Juda’s woestijn.)
|
| 63:2 | God, mijn God zijt gij, u blijf ik zoeken, mijn ziel is dorstig naar u; naar u smacht mijn vlees, ✡ in een land: uitgedroogd, uitgeput,- zonder water.
|
| 63:3 | En zo heb ik in het heiligdom u aanschouwd,- ✡ en gezien uw kracht, en uw glorie!
|
| 63:4 | Want groter goed dan het leven is uw vriendschap, ✡ mijn lippen moeten u roemen!
|
| 63:5 | Zo wil ik met mijn leven u zegenen, ✡ met uw naam mijn handpalmen heffen.
|
| 63:6 | Mijn ziel wordt verzadigd als met melk en merg, ✡ met lippen vol jubel lofprijst mijn mond!-
|
| 63:7 | wanneer op mijn bed mijn gedachten bij u zijn, ✡ in de nachtwaken ik fluister van u!
|
| 63:8 | Want gij waart mij tot hulp, ✡ in de schaduw van uw vleugels mag ik juichen.
|
| 63:9 | Mijn ziel kleeft u aan, u achterna, ✡ en mij houdt uw rechterhand vast.
|
| 63:10 | En zij die mijn ziel zoeken te vernietigen ✡ komen in de onderste krochten der aarde;
|
| 63:11 | vallen in handen van een zwaard, ✡ worden het deel dat toekomt aan de vossen.
|
| 63:12 | De koning mag zich verheugen in God, gelukkig prijst zich al wie trouw zwoer aan hem, ✡ want de mond van leugensprekers wordt gestopt!
|
| Lees hoofdstuk 62 | Lees hoofdstuk 64 |