Terug naar zoeken
17:1


Dan zegt Eliahoe* In het vervolg Elia. de Tisjbiet,

uit Tisjbe in Gilead, tot Achab:
bij het leven van de Ene,
Israëls God
   voor wiens aanschijn ik heb gestaan:

áls er ooit deze jaren dauw zal zijn
   of regen,-

tenzij op last van mijn spreken…
••
  

17:2


Dan geschiedt
   het spreken van de Ene aan hem
   en zegt:

17:3


ga hier vandaan,

wend je oostwaarts;
houd je verborgen bij de beek Keriet
in het zicht van de Jordaan;

17:4


geschieden zal het: je drinkt uit de beek,-

en de raven zal ik gebieden
om jou daar te verzorgen!

17:5


Hij gaat en doet het,
   naar het spreken van de Ene:

hij gaat daarheen
en zet zich neer bij de beek van Keriet
in het zicht van de Jordaan.

17:6


De raven

komen naar hem toe
   met brood en vlees in de morgen

en met brood en vlees in de avond;
uit de beek drinkt hij.

17:7


Het geschiedt na verloop van dagen
   dat de beek opdroogt,-

omdat er geen stortregen geweest is
   over het land.

••

17:8


Dan geschiedt het spreken van de Ene
   tot hem en zegt:

17:9


sta op, ga naar Tsarefat, bij Tsidon,

en zet je daar neer;
zie, gebieden zal ik daar een weduwvrouw
   om je te verzorgen!

17:10


Hij staat op, gaat op Tsarefat aan;

hij komt aan bij de ingang van de stad
en zie, daar is een weduwvrouw bezig
   houtjes te sprokkelen;

hij roept haar toe en zegt:
haal voor mij toch een beetje water in de kan,
   dan heb ik te drinken!

17:11


Zij gaat heen om dat te halen;

hij roept haar na en zegt:
haal mij toch ook een bete broods
   in je hand!

17:12


Maar zij zegt:

bij het leven van de Ene, je God:
   áls ik nog een koekje ervan had…

enkel een handvol meel in de kruik
en een beetje olie in de fles;
zie, ik sprokkel twee stukken hout;
thuisgekomen zal ik het klaarmaken
   voor mij en mijn zoon;

hebben we het opgegeten
   dan moeten we sterven!

17:13


Elia zegt tot haar: vrees niet,

kom thuis en doe zoals je hebt gesproken,
maar maak eerst voor mij daaruit
   een kleine koek
   en breng die voor mij naar buiten;

voor jou en je zoon
kun je daarna iets klaarmaken;
••

17:14


want zo heeft gezegd de Ene,
   Israëls God:

de kruik meel zal niet opraken
en aan de fles olie zal niets ontbreken,-
tot op de dag dat de Ene stortregen geeft
   op het aanschijn van de –rode– grond!

17:15


Dan gaat zij heen en doet
   naar het spreken van Elia;

zij heeft te eten, zij en hij en haar zoon
   dag in dag uit.

17:16


De kruik meel is niet opgeraakt

en aan de fles olie heeft niets ontbroken,-
naar het spreken van de Ene
dat hij heeft gesproken door de hand van Elia.

17:17


Het geschiedt

na wat hier uitgesproken is
dat de zoon van de vrouw,
   de meesteresse van het huis,

ten slotte ziek geworden is;
zijn ziekte wordt heel hevig
totdat er in hem
   geen levensadem meer over is.

17:18


Zij zegt tot Elia:

hoe heb ik het met jou, man Gods?-
ben je naar mij toegekomen
   om mijn ongerechtigheid
   in gedachtenis te brengen
   en mijn zoon te laten sterven?

17:19


Hij zegt tot haar: geef mij je zoon eens aan!

Hij neemt hem van haar schoot,
brengt hem naar boven, naar de bovenkamer
waar hijzelf zijn zetel heeft,
en legt hem neer op zijn bed.

17:20


Hij roept tot de Ene en zegt:


Ene, God-over-mij,

hebt ge zelfs over de weduwe
bij wie ik zwerver-te-gast ben
   kwaad willen brengen
   door haar zoon te doden?

17:21


Hij strekt zich drie malen over het kind uit,

roept tot de Ene en zegt:

Ene, God-over-mij,

moge toch de ziel van dit kind
   in zijn binnenste
   terugkeren!

17:22


De Ene hoort naar de stem van Elia,-

de ziel van het kind
   keert in zijn binnenste terug

en hij herleeft.

17:23


Elia neemt het kind op,

daalt met hem af,
van de bovenkamer het huis in,
en geeft hem aan zijn moeder.
Dan zegt Elia:
zie aan, je zoon leeft!

17:24


De vrouw zegt tot Elia:

nú weet ik echt
dat jij een man Gods bent, jij,-
en dat het spreken van de Ene in jouw mond
   betrouwbaar is!


Lees hoofdstuk 16 | Lees hoofdstuk 18