| 5:1 | Wij weten immers: als het aardse huis dat onze tent is wordt afgebroken, hebben wij een gebouw vanuit God, een eeuwig huis, niet met handen gemaakt, in de hemelen.
|
| 5:2 | Want daarin moeten wij nog zuchten, ernaar verlangend met ons tehuis uit de hemel overkleed te worden,
|
| 5:3 | als we tenminste bekleed en niet naakt bevonden willen worden.
|
| 5:4 | Want zolang wij nog in deze tent vertoeven zuchten wij bezwaard, daarom dat wij niet ontkleed willen worden maar overkleed, zodat het sterfelijke wordt opgeslokt door het leven.
|
| 5:5 | Maar hij die dáártoe aan ons werkt is God, die ons als onderpand de Geest gegeven heeft.
|
| 5:6 | Vol goede moed dan te allen tijde, en wetende dat wij, vertoevend in het lichaam, niet bij de Heer vertoeven,
|
| 5:7 | -want wij wandelen in geloof en niet in weten-
|
| 5:8 | zijn wij dus vol goede moed en hebben wij er meer behagen in buiten het lichaam te vertoeven en te vertoeven bij de Heer.
|
| 5:9 | Daarom streven wij er ook naar, hetzij inwonend of uitwonend, hem welgevallig te zijn.
|
| 5:10 | Want allen moeten wij verschijnen voor de rechterstoel van de Gezalfde, opdat ieder zal meekrijgen voor wat hij in het lichaam verricht heeft, hetzij goed hetzij kwaad.
|
| 5:11 | Nu wij weten wat ontzag voor de Heer is trachten wij mensen te overtuigen, maar voor God zijn wij een open boek,- en naar ik hoop ook een open boek voor u, als ge bij uw gewetens te rade gaat.
|
| 5:12 | Niet dat we onszelf opnieuw aan u aanbevelen, nee, het is om u een reden te geven om trots te zijn op ons,- zodat ge iets hebt terug te zeggen tegen hen die hun redenen voor trots zoeken in het aanschijn en niet in het hart.
|
| 5:13 | Want als we uitzinnig zijn geweest was het voor God, en als we bezonnen zijn is het voor u.
|
| 5:14 | Want de liefde van Christus drijft ons, nu wij tot dít oordeel zijn gekomen: is één voor allen gestorven dan zijn állen gestorven;
|
| 5:15 | en hij is voor allen gestorven opdat de levenden niet meer voor zichzelf zullen leven maar voor hem die voor hen gestorven is en opgewekt.
|
| 5:16 | Dus beoordelen wíj van nu af niemand naar het vlees; ook al hebben wij Christus leren kennen naar het vlees, nu echter kennen wij niet meer zo.
|
| 5:17 | Want al wie één met Christus is, is een nieuwe schepping; al het oude is voorbijgegaan, zie het is nieuw geworden!
|
| 5:18 | Maar dat alles is uit God, die ons met zichzelf verzoend heeft door Christus, en óns gegeven heeft de dienst der verzoening,
|
| 5:19 | als dat het God is geweest die in Christus de wereld heeft verzoend met zich, en aan hen hun misstappen niet heeft toegerekend, en die het woord der verzoening in ons heeft gelegd.
|
| 5:20 | Omwille van Christus zijn wij gezanten, zodat God door óns oproept;* Of: bemoedigt. wij smeken omwille van Christus: laat u met God verzoenen!
|
| 5:21 | Hem die geen zonde heeft gekend heeft hij voor ons tot zonde* Of: (naar Lev. 4,20) ontzondiging. gemaakt, opdat wij zouden worden: Gods gerechtigheid,- in eenheid met hem.
|
| Lees hoofdstuk 4 | Lees hoofdstuk 6 |