Terug naar zoeken
7:1


Als we dan deze aankondigingen hebben,

geliefden,
laten wij onszelf reinigen van
alle bezoedeling van vlees en geest,
en in vreze voor God
onze heiliging voltooien.

7:2


Gunt ons ruimte;

wij hebben niemand onrecht gedaan,
niemand ten verderve gevoerd,
niemand uitgebuit.

7:3


Ik zeg dit niet

om te veroordelen;
want eerder al heb ik gezegd
dat ge in onze harten zijt
als mensen om mee te sterven
en mee te leven.

7:4


Groot is mijn vrijmoedigheid

tegenover u,
groot is mijn trots over u;
ik ben vervuld van bemoediging,
ik vloei over van vreugde,-
in al onze verdrukking.

7:5


Want ook toen wij in Macedonië

kwamen, heeft ons vlees
geen enkele rust gehad,
nee, in alles werden wij verdrukt:
van buiten af door gevechten,
van binnen uit door vormen van vrees.

7:6


Maar de God

die de nederigen bemoedigt,
heeft ons bemoedigd
met de komst van Titus.

7:7


Maar niet alleen met zijn komst,

maar ook met de bemoediging
waarmee hij bemoedigd is bij u;
hij heeft ons uw verlangen verkondigd,
uw verdriet en uw ijver voor mij,
zodat ik mij eens te meer verheug.

7:8


Want ook als ik u bedroefd heb

met mijn brief, heb ik geen berouw;
ook als ik berouw zou hebben
dan neem ik waar dat die brief,
ook als hij u
voor een uur bedroefd heeft…

7:9


nú ben ik verheugd,

niet dat ge bedroefd geweest zijt,
maar dat ge bedroefd geweest zijt
tot bekering;
want ge zijt bedroefd geweest
zoals het God behaagt,
zodat ge in niets geschaad zijt
van ons uit.

7:10


Want de droefheid

zoals het God behaagt
bewerkt een onberouwelijke bekering
tot behoud,
maar de droefheid van de wereld
bewerkt dood.

7:11


Want zie, juist dit

dat ge bedroefd geweest zijt
zoals het God behaagt,-
hoeveel dat bij u heeft bewerkt
aan inzet, ja verdediging,
ja verontwaardiging, ja vreze,
ja verlangen, ja ijver, ja afstraffing!
In alles hebt ge staande gehouden
dat ge ongerept zijt in deze zaak.

7:12


Dus ook al heb ik u geschreven,

het was niet om wie onrecht deed
en niet om wie onrecht leed,
maar om uw inzet voor ons
bij u aan het licht te laten komen,
voor het aanschijn van God!

7:13


Daardoor zijn wij bemoedigd!

Maar bij onze bemoediging
zijn wij nog overvloediger verheugd
over de vreugde van Titus,
omdat zijn geest door u allen
gerustgesteld is.

7:14


Want als ik bij hem over u

mij trots heb getoond,
dan ben ik niet beschaamd gemaakt,
nee, zoals ik alles naar waarheid
tot u heb uitgesproken,
zo is ook ons trots zijn op Titus
waarheid gebleken.

7:15


Zijn gevoelens zijn

des te overvloediger bij u
als hij zich uw aller gehoorzaamheid
herinnert, hoe gij hem
met vreze en beven hebt ontvangen.

7:16


Ik ben er verheugd over

dat ik in alles gerust over u kan zijn.

Lees hoofdstuk 6 | Lees hoofdstuk 8