| 6:1 | Gaat mee, laat ons terugkeren naar de Ene, want hij heeft verscheurd maar zal ons ook genezen,- hij slaat wonden maar zal ons ook verbinden;
|
| 6:2 | na twee dagen laat hij ons herleven,- ten derden dage zal hij ons doen opstaan en zullen wij voor zijn aanschijn leven;
|
| 6:3 | dan zullen wij kennen, ernaar jagen om de Ene te kennen; als de morgenschemer, zo zeker is zijn uittocht; als de stortbui zal hij over ons komen, als een lenteregen zal hij laven het land!
|
| 6:4 | Wat moet ik met je doen, Efraïm, en wat doe ik met jou, Juda?- je vriendschap is als de bewolking in de ochtend en als de dauw die de schouders recht en weer gaat!-
|
| 6:5 | daarom heb ik op hen ingehakt door de profeten, ik heb hen omgebracht met wat mijn mond zei; maar de gerichten over jou waren een licht dat aanbrak;
|
| 6:6 | want in vriendschap heb ik behagen en niet in een offer,- in kennis van God meer dan in opgangsgaven!
|
| 6:7 | Zíj hebben in Adam* Vermoedelijk gaat het hier om het stadje Adam aan de Jordaan, genoemd in Jozua 3,16. het verbond overtreden,- daar zijn zij mij ontrouw geworden;
|
| 6:8 | Gilead is een vesting vol bewerkers van onheil,- vol voetsporen van bloed;
|
| 6:9 | zoals roversbenden iemand verbeiden, is het priesterverband; mogen ze hen op weg naar Sjechem vermoorden,- omdat ze hoererij hebben begaan!-
|
| 6:10 | bij het huis van Israël heb ik huiveringwekkende dingen gezien: daar was hoererij bij Efraïm, Israël heeft zich onrein gemaakt!
|
| 6:11 | Maar Juda daarentegen, voor jou is een oogst weggelegd,- als ik een keer breng in de kerkering van mijn gemeente! •
|
| Lees hoofdstuk 5 | Lees hoofdstuk 7 |