Terug naar zoeken
4:1


Dán

wordt Jezus omhooggevoerd naar de woestijn
door de Geest,
om beproefd te worden door de uiteenwerper.

4:2


Na veertig dagen en veertig nachten vasten

raakt hij ten slotte uitgehongerd.

4:3


De beproever komt op hem toe en zegt tot hem:

als je een zoon van God bent,
zeg dan dat deze stenen
broden worden!

4:4


Maar hij zegt ten antwoord:

er is geschreven:
niet bij brood alleen
zal de mens leven,
maar bij alle spreken dat voorbijtrekt
door de mond van God (Deut. 8,3)!

4:5


Dán

neemt de uiteenwerper hem mee
naar de heilige stad,
doet hem staan op de dakrand
van het heiligdom

4:6


en zegt tot hem:

als je een zoon van God bent,
werp jezelf dan naar beneden;
want er is geschreven:
aan zijn engelen zal hij over jou gebieden,
en op handen zullen ze je heffen
opdat je je voet niet
aan een steen stoot (Ps. 91,11-12)!

4:7


Jezus brengt tot hem uit:

wéér iets dat geschreven is:
je zult de Heer, je God, niet beproeven

(Deut. 6,16)!

4:8


Weer neemt de uiteenwerper hem mee,

naar een zeer hoge berg;
hij toont hem
alle koninkrijken van de wereld-op-orde
en hun glorie,

4:9


en hij zegt tot hem:

dat alles zal ik jou geven,
als je neervalt en hulde brengt
aan mij!

4:10


Dán

zegt Jezus tot hem:
ga weg, satan!–
want er is geschreven:
de Heer, je God, zul je huldigen
en alleen hém vereren (Deut. 6,13)!

4:11


Dán

laat de uiteenwerper hem los,
en zie, engelen komen tot hem
en hebben hem bediend.

4:12


Maar als hij hoort

dat Johannes is overgeleverd,
wijkt hij uit naar Galilea.

4:13


Hij laat Nazaret achter zich

en komt aan en gaat wonen
in Kafarnaoem aan de zee,
in de gebieden van Zebulon
en Naftali;

4:14


zodat vervuld wordt

wat is gesproken door de profeet Jesaja
als hij zegt:

4:15


land van Zebulon en land van Naftali,

aan de weg naar zee,
aan de overkant van de Jordaan,
Galilea der volkeren:

4:16


de gemeenschap die neerzit

in duisternis
ziet een groot licht,
en wie neerzitten
in een streek vol schaduw van dood,
hun is een licht opgegaan (Jes. 8,23; 9,1)!

4:17


Van dan af

begint Jezus te prediken;
hij zegt: bekeert u,-
want genaderd is
het koninkrijk der hemelen!

4:18


Omwandelend

langs de zee van Galilea
ziet hij twee broers:
Simon die Petrus heet
en Andreas, zijn broer;
zij werpen een werpnet uit, de zee in;
want zij zijn vissers geweest.

4:19


Hij zegt tot hen:

hierheen, achter mij aan
en ik zal u vissers van mensen
maken!

4:20


Zij laten meteen hun netten achter

en volgen hem.

4:21


Daarvandaan verderlopend

ziet hij twee andere broers,
Jakobus van Zebedeüs en
Johannes, zijn broer,
in het schip met Zebedeüs, hun vader,
bezig hun netten te klaren;
hij roept hen

4:22


en zij laten meteen het schip

en hun vader achter
en volgen hem.

4:23


Hij trekt rond in heel Galilea;

hij geeft onderricht
in hun samenkomsten,
predikt
de aankondiging van het koninkrijk
en geneest elke ziekte
en elke kwaal in de gemeenschap.

4:24


Wat over hem te horen is

komt tot in heel Syrië;
ze brengen tot hem
allen die het kwalijk hebben,
door velerlei ziekten en pijnen
vastgehouden,
van demonen bezetenen, maanzieken
en verlamden,
en hij geneest ze.

4:25


Vele scharen volgen hem,

vanaf Galilea en Dekapolis,
Jeruzalem, Judea
en het Overjordaanse.

Lees hoofdstuk 3 | Lees hoofdstuk 5