| 5:1 | Maar als hij die scharen ziet klimt hij op naar de berg; als hij gaat zitten komen zijn leerlingen tot hem.
|
| 5:2 | Hij opent zijn mond en is hen gaan onderrichten, zeggend:
|
| 5:3 | zalig wie arm zijn aan de geestesadem* Of: arm zijn door de Geest. (Ps. 34,19), omdat van hen is het koninkrijk der hemelen;
|
| 5:4 | zalig wie treuren, omdat hun troost zal worden toegeroepen (Jes. 61,2-3);
|
| 5:5 | zalig de zachtmoedigen, omdat zij de aarde zullen beërven (Ps. 37,11);
|
| 5:6 | zalig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, omdat zij zullen worden verzadigd;
|
| 5:7 | zalig de ontfermers, omdat zij ontferming zullen ervaren,
|
| 5:8 | zalig de reinen van hart (Ps. 24,4; 51,12), omdat zij God zullen zien;
|
| 5:9 | zalig wie vrede stichten, omdat zij zullen worden uitgeroepen tot zonen van God;
|
| 5:10 | zalig wie worden vervolgd vanwege gerechtigheid, omdat van hen is het koninkrijk der hemelen;
|
| 5:11 | zalig zijt ge wanneer ze u zullen beschimpen en vervolgen en al wat boos is zullen zeggen, tegen u vals getuigend vanwege mij;
|
| 5:12 | verheugt u en jubelt, omdat uw loon overvloedig is in de hemelen; zó immers hebben ze de profeten vóór u vervolgd!
|
| 5:13 | Gíj zijt het zout der aarde; maar als het zout flauw wordt, waarmee moet het worden gezouten?- voor niets heeft het nog sterkte, alleen om buiten neergeworpen te worden en vertreden te worden door de mensen;
|
| 5:14 | gíj zijt het licht der wereld; een stad die bovenop een berg ligt is niet bij machte verborgen te blijven;
|
| 5:15 | ook steken ze geen lamp aan en zetten die onder de korenmaat; nee, op de lampvoet, en dan straalt hij voor allen in het huis;
|
| 5:16 | zo moet uw licht stralen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemelen is!
|
| 5:17 | Meent niet dat ik ben gekomen om de Wet of de profeten los te maken; ik ben niet gekomen om los te maken, nee, om te vervullen;
|
| 5:18 | want amen is het, zeg ik u, totdat de hemel voorbijgaat en de aarde, zal er niet één jota of één haaltje uit de Wet voorbijgaan, totdat alles is geschied;
|
| 5:19 | al wie dus één van deze kleinste geboden losmaakt en zó de mensen onderricht, zal tot kleinste worden uitgeroepen in het koninkrijk der hemelen; maar al wie ze zal doén en onderrichten, zal tot groot worden uitgeroepen in het koninkrijk der hemelen;
|
| 5:20 | want ik zeg u dat als uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die van de schriftgeleerden en Farizeeërs, gij echt niet binnenkomt in het koninkrijk der hemelen!
|
| 5:21 | Ge hebt gehoord dat tot die van het begin is gesproken: je zult niet moorden (Ex. 20,13); al wie moordt, zal worden onderworpen aan het oordeel!-
|
| 5:22 | maar ik zeg u dat al wie toornt tegen zijn broeder zal worden onderworpen aan het oordeel, en al wie tot zijn broeder zegt
raka,- leeghoofd, zal worden onderworpen aan het sanhedrin,- de zittende raad; en al wie zegt: gek!- zal worden onderworpen aan de gehenna van het vuur;
|
| 5:23 | als je dan je gave offert op het altaar en jij daar indachtig wordt dat je broeder iets tegen je heeft,
|
| 5:24 | láát je gave daar voor het altaar en ga eerst heen: verzoen je met je broeder en dán kun je komen en je gave offeren;
|
| 5:25 | wees je tegenpartij welgezind, met haast en terwijl je met hem onderweg bent,- opdat je tegenpartij je niet overgeeft aan de oordelaar en de oordelaar aan de helper, en jij in bewaring wordt geworpen;
|
| 5:26 |
amen is het, zeg ik je, dat je daar niet uitkomt voordat je het laatste kwartje hebt afgegeven! |
| 5:27 | Ge hebt gehoord dat gesproken is: je zult geen overspel begaan (Ex. 20,14)!-
|
| 5:28 | maar ík zeg u dat ieder die een vrouw aankijkt en haar begeert haar reeds overspelig ingepikt heeft in zijn hart;
|
| 5:29 | maar als je rechteroog je aanstoot geeft, ruk het uit en werp het ván je; want het brengt méér voor je als één van je leden verloren gaat en niet heel je lichaam in de gehenna wordt geworpen;
|
| 5:30 | en als je rechterhand je aanstoot geeft, hak hem af en werp hem ván je; want het brengt méér voor je als één van je leden verloren gaat en niet heel je lichaam in de gehenna wordt geworpen.
|
| 5:31 | Er is gesproken: al wie zijn vrouw loslaat moet haar een afstandsbrief geven
(Deut. 24,1);
|
| 5:32 | maar ik zeg u: al wie zijn vrouw loslaat, behalve om reden van hoererij, maakt haar tot een met wie overspel begaan wordt, en wie de losgelatene huwt, met hem wordt overspel gepleegd!
|
| 5:33 | Weer: ge hebt gehoord dat tot die-van-het-begin is gesproken: je zult geen meineed plegen (Lev. 19,12), maar overeenkomstig je eden afgeven aan de Heer (Deut. 23,22)!-
|
| 5:34 | maar ik zeg u: zweert helemaal niet (Deut. 23,23), niet bij de hemel, omdat die Gods troon is,
|
| 5:35 | niet bij de aarde, omdat die de voetbank voor zijn voeten is, en niet bij Jeruzalem, omdat dat de stad is van de grote koning;
|
| 5:36 | zweer niet bij je hoofd, omdat je niet bij machte bent één haar wit te maken of zwart;
|
| 5:37 | maar uw spreken moet ‘ja, já’ zijn en ‘nee, néé’; wat overvloediger is dan dat is uit den boze!
|
| 5:38 | Ge hebt gehoord dat is uitgesproken: een oog voor een oog en een tand voor een tand (Ex. 21,24)!-
|
| 5:39 | maar ik zeg u: biedt aan de boosdoener geen weerstand!- nee, wie jou slaat op je rechterwang, keer hem ook de andere toe;
|
| 5:40 | en aan wie met jou naar de oordelaar wil en je onderkleed wil nemen, laat hem ook de mantel;
|
| 5:41 | en wie jou zal dwingen tot één mijl, ga er twee met hem;
|
| 5:42 | en aan wie jou iets vraagt: geef het en wil iemand van jou lenen: keer je niet af!
|
| 5:43 | Ge hebt gehoord dat is gesproken: liefhebben zul je je naaste (Lev. 19,18) en haten zul je je vijand!-
|
| 5:44 | maar ík zeg u: hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen!-
|
| 5:45 | opdat ge zonen-en-dochters wordt van uw Vader in de hemelen, omdat hij zijn zon laat opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen,
|
| 5:46 | want als ge liefhebt wie ú liefhebben, wat is het loon dat ge hebt?- doen ook de tollenaars niet hetzelfde?-
|
| 5:47 | en als ge alleen uw broeders hartelijk groet, wat voor overvloedigs doet ge?- doen ook die uit de volkeren niet hetzelfde?-
|
| 5:48 | weest gij dus volmaakt (Deut. 18,13), zoals uw hemelse Vader volmaakt is!
|
| Lees hoofdstuk 4 | Lees hoofdstuk 6 |