| 6:1 | Hoedt u ervoor dat ge uw gerechtigheid niet doet voor de mensen om door hen aanschouwd te worden; anders hebt ge geen loon bij uw Vader in de hemelen!
|
| 6:2 | Wanneer je dus een (daad van) ontferming doet, bazuin het niet voor je uit, zoals de oordeeloompjes doen in de samenkomsten en in de stegen om verheerlijkt te worden door de mensen;
amen is het, zeg ik u, zij hebben hun loon al;
|
| 6:3 | maar als jij een (daad van) ontferming doet, moet je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet,
|
| 6:4 | opdat je ontferming er is in het verborgene; en je Vader die in het verborgene kijkt, zal je ervoor teruggeven!
|
| 6:5 | En wanneer ge bidt, weest dan niet als de oordeeloompjes; omdat zij ervan houden in de samenkomsten en op de hoeken van de straten staande te bidden, om zich te vertonen aan de mensen;
amen is het, zeg ik u, zij hebben hun loon al;
|
| 6:6 | maar jij, wanneer je bidt, kom je binnenkamer in, sluit je deur en bid tot je Vader die er is in het verborgene; en je Vader die in het verborgene kijkt zal je ervoor teruggeven;
|
| 6:7 | bidt niet met een stortvloed van woorden zoals die uit de volkeren; want zij denken dat zij door hun vele woorden verhoord zullen worden;
|
| 6:8 | wordt hun dan niet gelijk; want God, uw Vader, weet waaraan ge gebrek hebt vóórdat ge hem iets vraagt;
|
| 6:9 | bidt dan zó, gij: Vader over ons in de hemelen, geheiligd worde úw naam;
|
| 6:10 | kome úw koninkrijk, geschiede úw wil als in hemel ook op aarde;
|
| 6:11 | ons nodige brood, geef ons dat heden;
|
| 6:12 | en vergeef ons onze schulden, zoals ook wíj vergeven hebben ónze schuldenaren;
|
| 6:13 | en breng ons niet in beproeving, nee, ontruk ons aan het boze!
|
| 6:14 | Want als ge aan de mensen hun misstappen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven;
|
| 6:15 | maar als ge aan de mensen niet vergeeft, zal uw Vader ook uw misstappen niet vergeven!
|
| 6:16 | Wanneer ge vast, wordt dan niet als de oordeeloompjes somber van gelaat; want zij maken hun gelaten ontoonbaar om te tonen aan de mensen dat zij vasten;
amen is het, zeg ik u, zij hebben hun loon al!-
|
| 6:17 | maar jij, als je vast, zalf dan je hoofd en was je gelaat,
|
| 6:18 | zodat je niet aan de mensen toont dat je vast maar aan je Vader die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene kijkt, zal je ervoor teruggeven.
|
| 6:19 | Slaat voor uzelf geen schatten op in schatkamers op de aarde, waar mot en roest (ze) ontoonbaar maakt, en waar dieven zich naar binnen graven en stelen;
|
| 6:20 | maar slaat voor u schatten op in schatkamers in de hemel, waar noch mot noch roest (ze) ontoonbaar maakt en waar dieven niet naartoe graven en niet stelen;
|
| 6:21 | want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn!
|
| 6:22 | De lamp van het lichaam is het oog; als dan je oog onvertroebeld is, zal heel je lichaam licht zijn;
|
| 6:23 | maar als je oog boos is, zal heel je lichaam duister zijn; als dan het licht in jou duisternis is, hoe groot (is dan) de duisternis!
|
| 6:24 | Niemand is bij machte twee heren te dienen; want of hij zal de ene haten en de andere liefhebben, of aan de ene zich hechten en de andere minachten; ge zijt niet bij machte God te dienen én Mammon!
|
| 6:25 | Daarom zeg ik u: weest niet bezorgd voor uw ziel over wat ge moet eten en niet voor uw lichaam over wat ge moet aantrekken; is de ziel niet méér dan het voedsel en het lichaam dan de kledij?-
|
| 6:26 | kijkt naar de vogels van de hemel, omdat zij niet zaaien en niet maaien en niet verzamelen in schuren, en uw hemelse Vader hen voedt: verschilt gíj niet heel wat van hen?-
|
| 6:27 | wie is met bezorgd zijn bij machte één el aan zijn lengte toe te voegen?-
|
| 6:29 | ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet omworpen* Of: gekleed. is geweest als één van hen;
|
| 6:30 | maar als God het gras op het veld dat er vandaag is en morgen in een oven wordt geworpen zó tooit, dan niet veel méér ú, kleingelovigen?-
|
| 6:28 | en wat maakt ge u zorgen over kleding?- leert van de –oordeelloze– leliën* Omdat er weer oordelen en niet oordelen op komst is (7,1-2), nodigt het Grieks op deze plek (ta krina) uit om i.p.v. leliën te lezen: oordeellozen of oordeelloze bloemen. op het veld, hoe ze groeien: zij zwoegen niet en spinnen niet…
|
| 6:31 | maakt u dus geen zorgen, zeggend: wat moeten we eten?, of: wat moeten we drinken?, of: wat werpen we om?-
|
| 6:32 | want naar dat alles zoeken de volkeren,- uw hemelse Vader wéét immers dat ge dit alles nodig hebt!-
|
| 6:33 | maar zoekt eerst het koninkrijk en zijn gerechtigheid, en dat alles zal u worden toegevoegd;
|
| 6:34 | weest dus niet bezorgd voor (de dag van) morgen, want die van morgen zal bezorgd zijn over zichzelf; genoeg is voor de dag haar eigen kwaad!
|
| Lees hoofdstuk 5 | Lees hoofdstuk 7 |