Terug naar zoeken
122:1


Psalm 122 (121) • Lætatus sum. (Opgangenzang,

v. David.)

Ik was verheugd toen ze mij zeiden: ✡
wij gaan naar het huis van de Ene!

122:2


Nu staan onze voeten ✡

in jouw poorten,
o Jeruzalem!

122:3


Jeruzalem, jij welgebouwde, ✡

als een stad
wel-verbonden tezamen!

122:4


Waarheen stammen zijn gaan opklimmen,

de stammen van de Ene;
aan Israël is betuigd te danken ✡
de naam van de Ene.

122:5


Want daar zijn gezet: tronen voor het recht, ✡

tronen
voor het huis van David.

122:6


Vraagt voor Jeruzalem vrede, ✡

dat welvarend worden
wie jou beminnen!

122:7


In je omwalling zij vrede, ✡

welvaart
in je paleizen!

122:8


Omwille van mijn broeders
   en mijn gezellen ✡

spreek ik uit: ‘vrede in jou!’

122:9


Omwille van

het huis van de Ene, onze God ✡
zal ik het goede voor jou zoeken!

Lees hoofdstuk 121 | Lees hoofdstuk 123