Terug naar zoeken
141:1


Psalm 141 (140) • Domine, clamavi. (Een musiceerstuk,

v. David.)

Ene, u riep ik aan, kom haastig tot mij, ✡
leen het oor aan mijn stem
in mijn roepen tot u!

141:2


Moge als wierook
   voor uw aanschijn staan mijn gebed, ✡

het opheffen van mijn handpalmen
als een broodgift in de avond.

141:3


Zet, Ene, een wacht voor mijn mond, ✡

behoed
de deur van mijn lippen.

141:4


Laat mijn hart niet neigen
   naar een woord van kwaad,

om te handelen met handelingen in het boze,
met mannen bedreven in onheil,- ✡
nooit zal ik mij
met hun lieflijkheden spijzen!

141:5


Bestrijdt mij een rechtvaardige,
   ’t is vriendschap,

bestraft hij mij,
’t is olie op een hoofd,
mijn hoofd weigert dat niet, ✡
en als zij kwaad doen,
dan nog is daar mijn gebed.

141:6


Glijden hun rechters weg
   in handen van een steenrots, ✡

horen zullen ze dat lieflijk is
al wat ik zeg.

141:7


Gelijk men ploegt en klooft in de aarde, ✡

liggen onze botten verstrooid
voor de mond van de hel.

141:8


Maar op u, Ene,

mijn Heer, zijn mijn ogen, ✡
bij u is mijn toevlucht,
leg mijn ziel niet bloot!

141:9


Bewaak mij

voor handen die
in een klapnet mij strikken, ✡
de strikken
van bedrijvers van onheil!

141:10


Dat bozen vallen in hun eigen kuilen

tezamen; ✡
en dat ik
intussen voortschrijd!

Lees hoofdstuk 140 | Lees hoofdstuk 142