Terug naar zoeken
50:1


Psalm 50 (49) • Deus deorum. (Een musiceerstuk,

v. Asaf.)

De godheid, God,
de Ene sprak en riep de aarde toe, ✡
vanaf het gloren van de zon
tot waar hij thuiskomt.

50:2


Vanaf Sion, zo volkomen, zo schoon, ✡

is God in glans verschenen.

50:3


Onze God zal komen

en niet zwijgen,
   vuur gaat verterend
   voor zijn aanschijn uit ✡

en rondom hem
stormt het zeer!

50:4


Hij roept tot de hemelen daarboven ✡

en tot de aarde:
dat hij gaat oordelen zijn gemeente.

50:5


‘Verzamelt bij mij mijn vriendenOf: vromen., ✡

die boven een offer
   een verbond met mij hebben gesmeed!’

50:6


De hemelen melden zijn gerechtigheid, ✡

ja, God zelf,
hij is de rechter! sela

50:7


‘Hoor, mijn gemeente, ik ga spreken,

Israël, ik zal tegen je getuigen, ✡
God, je eigen God, ikzelf!

50:8


Om je offers klaag ik je niet aan, ✡

je opgangsgaven
   vind ik voortdurend tegenover mij!

50:9


Maar uit jouw huis
   neem ik geen var meer aan, ✡

geen bokken
uit je kooien!

50:10


Want van mij is alle wild van het woud, ✡

de dieren
op de duizend bergen.

50:11


Alle vogels van de bergen ken ik, ✡

wat zich op het veld roert
hoort bij mij.

50:12


Krijg ik honger,
   dan zeg ik het niet aan jou, ✡

want van mij is de wereld
en wat haar vervult!

50:13


Moet ik eten vlees van stieren, ✡

en drinken bloed van bokken?

50:14


Offer aan God liever dank, ✡

betaal de Allerhoogste je geloften!

50:15


Op een dag van nood, roep dan mij aan, ✡

en ik zal je uitredden; zo geef je mij glorie!’

50:16


En tot de boosdoener heeft God gezegd:

wat bezielt je mijn inzettingen te tellen, ✡
en draag je mijn verbond vlak op je mond?

50:17


Jij die elke binding hebt gehaat, ✡

en mijn woorden achter je wegwerpt!

50:18


Als je een dief ziet snel je met hem mee, ✡

met vreemdgangers deel je de buit!

50:19


Je mond heb je geworpen op het kwaad, ✡

je tong
span je in voor bedrog!

50:20


Zit je neer,
   je voert het woord over je broeder, ✡

de zoon van je moeder
geef je een duw!

50:21


Dit deed jij en ik heb gezwegen,

en jij dacht,
dat ik zo was als jij?- ✡
ik klaag je aan en stal het voor je ogen uit!

50:22


Vergeters van God, verstaat dit wel, ✡

anders verscheur ik,-
geen die losrukt!

50:23


Wie dank offert,

die geeft mij glorie,
   en wie zich op weg zet, ✡

hem laat ik zien
redding door God!

Lees hoofdstuk 49 | Lees hoofdstuk 51