Terug naar zoeken
58:1


Psalm 58 (57) • Si vere utique. (Voor de koorleider, ‘Verderf niet’,

v. David, een kleinood.)

58:2


Spreekt gij, godheden,

werkelijk goed recht, ✡
richt ge eerlijk,
zonen van Adam?-

58:3


nee, van harte

doet ge op aarde euvele daden, ✡
met het geweld van uw handen
baant ge u de weg!

58:4


Ontaard zijn zulke boosdoeners
   van de moederschoot af, ✡

dwaallichten sinds de buik,
die sprekers van bedrog!

58:5


Venijn bij hen

is als het venijn van een slang, ✡
als een dove adder
die zijn oor niet opent;

58:6


die naar de stem van bezweerders
   niet hoort, ✡

een banner der banners
   die wijs is geworden.

58:7


O God,

sla hun tanden stuk in hun mond, ✡
die welpenkaken,
Ene, haal ze omver!

58:8


Dat ze vervloeien als water dat wegloopt,- ✡

legt hij zijn pijlen aan,-
zoals ze dan worden besneden!

58:9


Als een verslijmde slak, dat hij zo gaat, ✡

als de miskraam van een vrouw:
die de zon nooit heeft aanschouwd!

58:10


Eer dat uw kookpotten bemerken
   de dorens, ✡

zo levend, zo verschroeid,
hij blaast ze weg.

58:11


Eens verheugt zich een oprechte,
   als hij zal aanschouwen wrake, ✡

zijn schreden zal wassen
in het bloed van de boze!

58:12


En Adam zal zeggen:
   ‘toch is er voor de rechtvaardige vrucht, ✡

toch zijn er goden
die op aarde rechtspreken!’

Lees hoofdstuk 57 | Lees hoofdstuk 59