| 73:1 | Psalm 73 (72) • Quam bonus Israel! (Een musiceerstuk, v. Asaf.)
Echt, God is voor Israël goed, ✡ voor de louteren van hart!
|
| 73:2 | Maar ik,- mijn voeten waren het spoor haast bijster, ✡ bijna waren mijn schreden nergens meer geweest!
|
| 73:3 | Want ik was afgunstig op de dwazen ✡ toen ik zag de vrede van bozen!
|
| 73:4 | Want voor hen geen banden ten dode, ✡ hun tors is weldoorvoed.
|
| 73:5 | Lijdt een mensje moeite, zij niet, ✡ zij worden niet met Adam samen geplaagd.
|
| 73:6 | Daarom hangt verwaandheid om hun nek, ✡ is geweld de dracht die hen bedekt.
|
| 73:7 | Uit vet puilen hun ogen, ✡ alle voorstellingen van een hart zijn zij voorbij.
|
| 73:8 | Ze honen, hun praat is kwaadaardig, ✡ vanuit hun hoogte is afpersing hun praat!
|
| 73:9 | Ze zetten hun mond neer in de hemel, ✡ hun tong gaat rond over de aarde.
|
| 73:10 | Daarom brengt aan hen hun manschap schatting ✡ en wordt water in volheid opgeslurpt door hen.
|
| 73:11 | Zij zeggen: ‘hoe zou God het weten, ✡ heeft een Allerhoogste ergens weet van?’
|
| 73:12 | Zie, dat zijn bozen: ✡ tevreden voor eeuwig, hebben een vermogen vermenigvuldigd.
|
| 73:13 | Ach, vergeefs hield ik zuiver mijn hart, ✡ heb ik mijn handen gewassen in onschuld!-
|
| 73:14 | werd ik een geplaagde heel de dag, ✡ in de ochtenden gekastijd!
|
| 73:15 | Maar als ik zou zeggen: ‘voortaan vertel ik het zo,’ ✡ zie, dan verraadde ik de generatie van je zonen!
|
| 73:16 | Hoe ik ook nadacht om dat te verstaan, ✡ het bleef ellende in mijn ogen;
|
| 73:17 | totdat ik kwam in het heiligdom van God ✡ en acht sloeg op hun einde.
|
| 73:18 | Immers, gij zet hen neer waar het glad is, ✡ hebt hen laten vervallen tot ruines.
|
| 73:19 | Welk een ontzetting zijn ze in een oogwenk geworden, ✡ verdwenen, aan verschrikkingen vergaan!
|
| 73:20 | Zoals een droom bij het ontwaken,- ✡ zult gij, Heer, eenmaal wakker, hun beeltenis niet achten!
|
| 73:21 | Toen mijn hart verzuurde ✡ en het mij stak tot in mijn nieren,
|
| 73:22 | was ik een dwaas en een weetniet, ✡ werd ik in uw bijzijn een beest;
|
| 73:23 | en toch was ik gedurig bij u, ✡ gij hield mij bij mijn rechterhand.
|
| 73:24 | Gij leidt mij volgens uw raad, ✡ in het einde neemt gij mij op in glorie.
|
| 73:25 | Wie heb ik anders in de hemel?- ✡ ik ben bij u,- verlang niets op de aarde!
|
| 73:26 | Bezwijkt ook mijn vlees en mijn hart: de rots van mijn hart en mijn deel ✡ is God voor eeuwig.
|
| 73:27 | Want zie, wie ver van u zijn, vergaan, ✡ uitroeien zult gij al wie van u afhoereert.
|
| 73:28 | En ik: nabij God te zijn is mij goed, ik heb als mijn toevlucht gesteld mijn Heer, de Ene, ✡ om te vertellen al uw werken!
|
| Lees hoofdstuk 72 | Lees hoofdstuk 74 |