Terug naar zoeken
79:1


Psalm 79 (78) • Deus, venerunt. (Een musiceerstuk,

v. Asaf.)

O God!-
heidenen zijn gekomen in uw erfdeel,
hebben uw hal, uw heiligdom ontwijd, ✡
Jeruzalem in puin gelegd!

79:2


Ze gaven

het lijk van uw dienaars
te vreten aan de vogels van de hemel, ✡
het vlees van uw vromen
aan de wilde beesten van de aarde!

79:3


Rondom Jeruzalem

vergoten ze als water hun bloed ✡
en niemand die begroef!

79:4


Wij werden een smaad
   voor onze medebewoners, ✡

tot spot en hoon
voor allen om ons heen.

79:5


Ene, tot wanneer toornt ge voor immer?- ✡

brandt uw naijver
verder als een vuur?

79:6


Giet uw gramschap uit over die volkeren
   die u niet kennen
   en over de koninkrijken ✡

waar de aanroep van uw naam
niet heeft geklonken!

79:7


Want Jakob vrat men kaal, ✡

zijn weide hebben ze verwoest!

79:8


Gedenk voor ons niet
   de ongerechtigheden van vroeger,

dat komen met haast uw ontfermingen
ons tegemoet!- ✡
want hoe machteloos zijn wij!

79:9


Help ons, God van onze redding,

vanwege de glorie van uw naam, ✡
ontruk ons
en doe verzoening over onze zonden,
omwille van uw naam.

79:10


Waarom zouden de volkeren zeggen:
   ‘waar blijft nu hun God!’-

worde voor onze ogen
bij de volkeren bekend ✡
de wraak voor
het vergoten bloed van wie u dienden!

79:11


Kome voor uw aanschijn
   de klacht van een gevangene,
   want uw arm is zo groot, ✡

laat er iets overblijven
van de kinderen des doods!

79:12


Werp onze medebewoners
   zevenvoudig terug in de schoot ✡

hun smaad waarmee ze u, Heer,
hebben gesmaad!

79:13


En wij, uw gemeente,
   het wolvee dat gij weidt,
   u zullen wij danken

voor eeuwig, van geslacht op geslacht, ✡
wij zullen vertellen
dat gij zijt te loven!

Lees hoofdstuk 78 | Lees hoofdstuk 80