Terug naar zoeken
80:1


Psalm 80 (79) • Qui regis Israel. (Voor de koorleider, bij ‘Leliën’;

een getuigenis, v. Asaf, een musiceerstuk.)

80:2


Herder van Israël, neig uw oor,

gij die Jozef drijft als het wolvee, ✡
die op de cheroeviem zetelt,
verschijn in glans

80:3


aan het aanschijn van Efraïm, Benjamin
   en Manasse,-

laat uw heldhaftigheid ontwaken,- ✡
ga over tot onze redding;

80:4


breng gij, o God, ons de keer: ✡

in het licht van uw aanschijn
worden wij gered!

80:5


Ene, der strijdscharen God, ✡

tot wanneer de wolk van uw woede
bij het bidden van uw gemeente?

80:6


Gij hebt hen doen eten: brood van tranen, ✡

ge drenkt hen
met tranen driemaal zoveel!

80:7


Ge maakt ons tot twistappel
   van wie bij ons wonen, ✡

onze vijanden
drijven met ons de spot!

80:8


God der strijdscharen, breng ons de keer,- ✡

in het licht van uw aanschijn
worden wij gered!

80:9


Een wijnstok hebt ge gerooid uit Egypte, ✡

volkeren verjaagd
om haar hier te planten.

80:10


Gij bereidde voor haar aanschijn de weg, ✡

haar wortel schoot wortel
en vervulde een land!

80:11


Haar schaduw bedekte bergen, ✡

haar ranken
de ceders van God;

80:12


zij zond tot aan de zee toe haar takken, ✡

haar telgen
naar de rivier.

80:13


Waarom hebt ge haar ommuringen
   doorbroken, ✡

plukten haar leeg
al wie voorbijtrokken over de weg!

80:14


Nu knaagt aan haar het zwijn
   uit het woud, ✡

weidt haar kaal wat zich roert in het veld.

80:15


O God der strijdscharen, keer toch terug,
   blik neer uit de hemel en zie het aan, ✡

geef uw zorg
aan deze wijnstok,

80:16


de stek die uw rechterhand heeft geplant, ✡

om de zoon
die gij sterkte als de uwe!

80:17


Zij is in het vuur verbrand als vuilnis,- ✡

mogen zij door uw scheldend aanschijn
   vergaan!

80:18


Blijve uw hand
   op een man aan uw rechterhand, ✡

op de mensenzoon
die gij sterkte als de uwe.

80:19


Dan zullen wij niet van u wijken, ✡

doe ons leven,
uw naam roepen wij aan!

80:20


Ene, God der strijdscharen,
   breng ons de keer,- ✡

in het licht van uw aanschijn
worden wij gered!

Lees hoofdstuk 79 | Lees hoofdstuk 81