Terug naar zoeken
13:1


Maar: zomaar enkelen zijn bij hem

in datzelfde moment
en doen hem kond over de Galileeërs
wier bloed Pilatus heeft vermengd
met dat van hun offerdieren.

13:2


En ten antwoord zegt hij tot hen:

denkt ge dat deze Galileeërs
grotere zondaars zijn geweest
dan ál de Galileeërs,
dat ze dit alles hebben moeten lijden?-

13:3


nee!, zeg ik u; maar als gij u niet bekeert

zult ge allen evenzo omkomen;

13:4


of die achttien,

op wie de toren bij de Siloam viel
en hen doodde,-
denkt ge dat zij schuldiger
zijn geweest dan álle mensen
die in Jeruzalem wonen?-

13:5


nee!, zeg ik u, maar als gij u niet bekeert

zult ge allen evenzo omkomen!

13:6


Maar hij heeft dit zinnebeeld uitgesproken:

zomaar iemand had een vijgenboom
geplant staan in zijn wijngaard;
als hij komt om vrucht bij haar te zoeken
vindt hij die niet;

13:7


maar dan zegt hij tot de wijngaardenier:

zie, drie jaren
sinds ik kom om vrucht te zoeken
bij deze vijgenboom, en ik vind die niet;
hak haar weg,-
waarom ook put ze de aarde uit?-

13:8


maar ten antwoord zegt hij tot hem:

heer, láát haar ook dit jaar nog;
ik zal eerst om haar heen graven
en er mest bij werpen,

13:9


en als ze dan in het eerstvolgende

vrucht draagt…
en zoniet, dan moet je haar weghakken!

13:10


Maar op de sabbat

heeft hij onderricht gegeven
in één van de samenkomsten.

13:11


En ziedaar, een vrouw

met een geestesadem die haar ziek maakt,
achttien jaren lang.
Ze is kromgebogen geweest,
geheel en al niet bij machte zich te strekken.

13:12


Maar als Jezus haar ziet

roept hij haar toe en zegt hij tot haar:
vrouw, je bent verlost van je ziekte!

13:13


Hij legt haar de handen op,

en onmiddellijk wordt zij opgericht,-
en zij heeft God verheerlijkt.

13:14


Maar de overste van de samenkomst

is boos dat Jezus op de sabbat heeft genezen
en heeft ten antwoord
tot de schare gezegd:
zes dagen zijn er waarop
er gewerkt moet worden;
komt dan dáárop om u te laten genezen,
en niet op de dag van de sabbat!

13:15


Maar de Heer antwoordt hem en zegt:

oordeeloompjes, maakt niet ieder van u
op de sabbat zijn os of ezel los
van de kribbe,
leidt hem weg en geeft hem te drinken?-

13:16


maar dan zíj

die een dochter van Abraham is,
en welke de satan -zie- achttien jaren
gebonden heeft gehouden,-
moest zij niet op de dag van de sabbat
worden losgemaakt
uit deze gebondenheid?

13:17


Als hij dit zegt

zijn allen die hem weerstaan beschaamd
en is heel de schare verheugd
over alle heerlijke dingen
die geschieden door hem.

13:18


Dus heeft hij gezegd:

waarop lijkt het koningschap van God
en waarmee zal ik het vergelijken?-

13:19


het lijkt op een mosterdzaadje;

een mens neemt dat
en werpt het in zijn tuin;
het groeit en wordt tot een boom, en
‘de vogelen des hemels
nestelen in zijn takken’ (Ps. 104,12)!

13:20


En weer zegt hij:

waarmee zal ik het koningschap van God
vergelijken?-
het lijkt op een zuurdesem;

13:21


een vrouw neemt dat

en verbergt het in drie maten meel,
totdat het in z’n geheel doorzuurd is.

13:22


Hij is voortgetrokken

langs steden en dorpen,
onderricht gevend
en intussen zijn tocht naar Jeruzalem
makend.

13:23


Maar: zomaar iemand zegt tot hem:

heer, zijn het er weinig die gered worden?-
maar hij zegt tot hen:

13:24


strijdt om binnen te komen

door de smalle deur,-
omdat velen, zeg ik u,
ernaar zullen zoeken om binnen te komen
en er niet sterk genoeg voor zijn;

13:25


vanaf dat de huiseigenaar

wakker wordt en de deur afsluit,
begint het dat ge buiten staat,
op de deur klopt en zegt:
heer, doe voor ons open!-
en ten antwoord zal hij tot u zeggen:
ik weet van u niet vanwaar ge zijt!-

13:26


dán begint het dat ge zegt:

voor jouw aanschijn hebben wij
gegeten en gedronken,
en in onze straten heb je onderricht!-

13:27


en hij zal veelzeggend tot u zeggen:

ik weet niet vanwaar ge zijt!-
‘houdt afstand van mij, al gij
bewerkers van ongerechtigheid’ (Ps. 6,9);

13:28


daar zal de weeklacht zijn

en het tandenknarsen,
wanneer ge Abraham, Isaak, Jakob
en al de profeten zult zien
in het koninkrijk van God,
en uzelf uitgeworpen naar buiten;

13:29


zij zullen komen

van zonsopgang en zonsondergang,
van noorden en zuiden,
en aanliggen in het koninkrijk van God;

13:30


en zie, er zijn laatsten

die eersten zullen zijn
en er zijn eersten
die laatsten zullen zijn!

13:31


In datzelfde uur

komen zomaar enkele Farizeeërs tot hem
en zeggen tot hem:
ga heen en trek weg van hier,
omdat Herodes dít wil: jou doden!

13:32


Hij zegt tot hen:

trekt weg en zegt tot deze vossin:
zie, ik drijf demonieën uit
en volbreng helingen,
vandaag en morgen,
en op de derde dag word ik zelf volbracht;

13:33


alleen móet ik vandaag en morgen

en op de volgende (dag)
verdertrekken,
omdat het niet welkom is
dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem!-

13:34


Jeruzalem, Jeruzalem!,

dat de profeten doodt
en stenen werpt
op wie tot haar gezonden worden,
hoe dikwijls heb ik jouw kinderen
willen samenbrengen
zoals een vogel haar jongsel
onder de vleugels,
en ge hebt niet gewild!-

13:35


zie, ‘uw huis wordt aan u overgelaten’


(Ps. 69,26);

ik zeg u: ge zult me niet zien
totdat het zal komen dat ge zegt:
‘gezegend hij die komt
in naam van de Heer!’ (Ps. 118,26)

Lees hoofdstuk 12 | Lees hoofdstuk 14