Psalm 14 (13) • Dixit insipiens.(Voor de koorleider, v. David.)
Dwaas geworden zei er een met heel zijn hart: geen God is ons gebleven!- ✡ ze stichten verderf, maken een gruwel van elke daad, geen is er die goed doet!
14:2
De Ene keek uit de hemelen neer over de zonen van Adam, om te zien of er nog een was met inzicht, ✡ een die zoekende was naar God.
14:3
Maar alles was afgeweken, eendrachtig bedorven, geen die goed deed!- ✡ niet een meer, zelfs niet een!
14:4
Wisten zij van niets, al die aanstichters van onheil, uitvreters van mijn gemeente, die zij vraten als brood?- ✡ de Ene riepen zij niet aan!
14:5
Daar had je ze, geschrokken: een en al schrik, ✡ want God was bij het geslacht van een oprechte!
14:6
Wilt ge het plan van een gebukte beschamen?- ✡ want zijn toevlucht is de Ene!
14:7
Wie geeft uit Sion Israël redding?- de Ene, als hij keert de kerkering van zijn gemeente; ✡ dan zal Jakob juichen en Israël zich verheugen!